
Hemelschijf van Nebra, plm. 1600 v. Chr. | Dbachmann, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=1500795
Van de zéér weinig zaken in de toekomst die wel voorspelbaar zijn, weet ik alleen een zonsverduistering te noemen. Die zou zich gisteravond om elf over achten voltrekken. En ja hoor, om exact 20.11 uur voltrok die zich.
Wij zaten gereed, op het strand, want wij wilden wel eens zien wat er zich dan bij de golven voltrok. Van het raadselachtige verband tussen de getijden en de stand van de maan hadden wij weet. Het ebde al. Zou er nog meer te zien zijn?
Over de gebeurtenissen valt niet veel te vermelden. Het werd een beetje schemerig, en daarna werd het weer licht. Ook dit viel te voorzien. Er waren bijvoorbeeld geen zeemeerminnen die opeens uit de golven oprezen. Zelfs de zeehonden toonden geen belangstelling. Twee ruiters galoppeerden met hun paarden langs de vloedlijn, dat was een mooi gezicht. Maar verder waren zon, maan en zee als altijd. En net als altijd als wij ’s avonds de zon zien dalen werden wij daar stil van.
We mijmerden over de vorige zonsverduistering Die was in 1999, vlak voordat wij elkaar leerden kennen. Hadden wij toen kunnen voorzien dat wij nu samen aan dit strand zaten te koekeloeren naar hoe de maan voor de zon schoof? Natuurlijk niet. En wat er zich in die zeven en twintig jaar daartussen heeft voorgedaan al helemaal niet.
In 1999 ook werd er in de buurt van Leipzig een bijzonder voorwerp gevonden, de hemelschijf van Nebra. De schijf ter grootte van een grammofoonplaat stelt de nachtelijke hemel voor en dateert van zo’n 3600 jaar geleden. De Trojaanse oorlog was toen nog lang niet losgebarsten, van Kelten of Germanen was nog geen spoor. Ook beschikte men toen nog niet over mobieltjes, YouTube of AI. Het is de oudst bekende menselijke voorstelling van de kosmos.
Duidelijk herkenbaar zijn zon, maan en het Zevengesternte, de Pleïaden. Hoe de mensen uit die tijd die voorstelling bedoelden is nog niet geheel opgehelderd maar mij valt op dat er geen goden op te zien zijn. Die mensen in de bronstijd beeldden af wat zij zagen, en niet wat zij geloofden. De zon kwam op, de zon ging onder. De maan had een eigen baan en daarboven was sterrengefonkel. Hoe draaide dat in vredesnaam allemaal om elkaar heen? Wat wisten zij toen al?
Op de televisie zagen wij later wat wij allemaal gezien zouden hebben als wij ook zo’n eclipsbrilletje hadden aangeschaft. En al die mensen die dat wel hadden gedaan. Tja. De reportage ging ook in op de vraag hoe de vogels op dit ‘uiterst bijzondere fenomeen’ zouden reageren. Er was wel eens een roodborst op hol geslagen, vertelde een enthousiaste vogelaar. Tja. Bij de gefilmde boerderij zag je hoe de kippen zich naar hun slaapplek begaven. Tja.
De afgelopen nacht bleef het helder. De nacht was diep. Zoals altijd in het eerst van augustus viel er een meteorenzwerm te zien, de Perseïden. Naar volksgebruik mag je dan een wens doen. Bijgeloof schrijft verder voor dat je die wens dan geheim moet houden, zelfs voor je geliefde.
Nu ‘vallen’ die sterren allerminst en voor bijgeloof zijn we wel een beetje te oud. Daarom hier open en bloot mijn vurige wens: dat er wat meer licht in de harten van alle mensen schijnt en dat de duisternis uit hun hoofden verdwijnt. Zodat eindelijk bij iedereen het inzicht kan rijzen dat de klerezooi die we er met z’n allen in de natuur van maken gevolg is van ons eigen handelen. Dat zou nog eens een eclips zijn.
Plaats een reactie