
Het standbeeld van Vladimir Lenin (1870-1924) , links prominent in Merseburg (toenmalige DDR) en rechts op een verlaten industrieterrein in Zuidbroek. © Beeld: DDR Museum/Google Streetview
I
Van De graanrepubliek van Frank Westerman (Amsterdam 1999) is een muziektheater gemaakt dat deze maand te zien is in Oostwold, Groningen. ’t Stond allemaal in de krant, dus ik hoef er geen reclame voor te maken. Zo’n openluchttheater belooft spektakel maar het spektakelste vind ik de rol die een standbeeld van Lenin in het stuk speelt. Het geval is negen meter hoog en weegt bij elkaar een stuk of zeventien (17) auto’s, middenklasse. Dat was takelen. Hoe dat beeld op een terrein van Koop Tjuchem belandde is een historische studie waard – de eigenaar deed en doet daar raadselachtige mededelingen over. Het was niet uit liefde voor Lenin, zo dien ik vooral te begrijpen, maar ‘een waarschuwing’. In deze tijden van boerenopstanden intrigeert mij de vraag waarvoor we gewaarschuwd moeten worden. Voor het spektakelstuk heb ik ongeschikte oren.
II
In dezelfde regio staat nog een standbeeld, namelijk dat van Sicco Mansholt. Die had ook veel met graan van doen. Dit standbeeld is niet zo groot en ook niet zo zwaar. Gerekend vanaf Oostwold staat het aan de overkant van het Oldambtmeer en de maker schijnt er al zijn gevoel voor symboliek in gelegd te hebben.
Hoe dat beeld daar komt is ook een historische studie waard. Mansholt zelf trouwens ook en / maar daar is al eens iemand op gepromoveerd. Tot meer inzichten in verstandig landbouwbeleid heeft die studie niet geleid. Nu wil het geval verder dat Westerman in De graanrepubliek ook over Mansholt schrijft. Voor het theaterstuk wordt dit standbeeld evenwel niet gebruikt. Met wat aanpassingen had dat best gekund, maar ja, ik heb geen hand vrij voor herschrijverij.

Standbeeld (2008) van Sicco Mansholt (1908-1995) in Blauwestad en Mansholt zelf in de Wieringermeer
III
Over Lenin is al een boel geschreven. Ik las gisteren nog over hem in Rivier van bloed; een cultuurgeschiedenis van de Wolga (Michel Krielaars, 2026). Dat is een leerzaam boek dat iedereen zelf maar moet lezen met belangstelling voor Rusland. Maar voor één dingetje waarschuw ik. Op p. 223, derde regel van boven schrijft Krielaars: “Maar de geschiedenis beschikte anders”. Dat klopt niet hoor! De geschiedenis is geen persoon en de geschiedenis kan dus helemaal niet beschikken. Dat zou een mooie boel worden, ik vind het met al die mensen al een heel gedoe. Het lijkt af en toe wel theater, dat is ook altijd zo ongeloofwaardig.
Wat Krielaars verder allemaal schrijft, vooral over Lenin, en dat hij geen lieverdje was, is in orde. Maar toch nog een waarschuwing: niet in de war laten brengen door mensen als Poetin die bij het vak geschiedenis zaten te dromen.
Even een feit dat iedereen kan controleren: op 9 april 1917 stak Lenin de grens over van Harapanda, Zweden naar Tornio, Finland. Dat moest met de boot want er lag geen spoorbrug. Nu zou hij gewoon in de trein hebben kunnen blijven zitten om daarna revolutie te kunnen maken. Dat weet ik heel zeker want de Volkskrant berichtte daar gisteren over. De verslaggever wist dat ook, van Lenin bedoel ik, en van die brug.
Nog even een feit: er is onder Lenin veel honger geleden in Rusland. Onder Stalin ook maar je moet die twee uit elkaar houden. Over Poetin schreef ik al iets. Einde waarschuwing.
IV
Net als vermoedelijk iedere andere Nederlander bestaat mijn voorgeslacht uit boeren. Van hen zijn geen standbeelden. Maar toch schept dat een band.

Mijn vaders vader, met pet, Wobbe Mellema (1884-1971)

Mijn moeders vader, met hoed, Jan Dijkstra (1895-1988)
Plaats een reactie