
Houtduif op nest
Het visuele beeld van die duif met een olijftak in z’n bek is hardnekkig. Sommigen, nee velen, blijven liever geloven in een fantastisch verhaaltje dan te kijken naar de natuurlijke werkelijkheid. Zie daar de hoofdbron van veel misverstand, ruzie, en uiteindelijk oorlog. Vrede brengt die duif geenszins, ook niet symbolisch. Daar weten ze alles van in wat wel genoemd wordt Het Heilige Land. Olijfboom zijn aldaar, en vrucht dragen, en mensen een bestaan geven, oud worden, en de geleefde eeuwen uitdrukken in karaktervolle kronkelingen van stam en takken, en daarin duiven en andere vogels onderdak verlenen, is in die streken aan de oostelijke Middellandse Zee een helse uitdaging. Over de Heilige Geest, die verondersteld wordt zich als duif te vermommen, valt beter te zwijgen dan te zwijmelen.
Met het oog op de verontrustende stijging van de waterspiegel en de ophanden zijnde extinctie van wel heel erg veel levende wezens kan het geen kwaad nog eens te kijken naar de bron van deze fantasie, het verhaal van Noah en zijn ark. Aan de retorische of poëtische kracht van dat oudtestamentische verhaal wil ik niet morrelen. Maar als je de versie uit het Bijbelboek Genesis (opgetekend plusminus de 6e of 5e eeuw voor onze jaartelling) met de oudere versie uit het Gilgamesj-epos of het nog weer veel oudere Sumerische zondvloedverhaal dan valt die duif met olijftak wel erg op. Zou dat komen doordat juist die boom het daar geweldig goed doet? Ook de olijfboom is een taaie. Hoe dan ook, mensen zijn dit verhaaltje al zo’n tweeëneenhalf millennium voor waar gaan houden. Alle mensen? Nou ja, niet allemaal.
De overlevering wil dat Charles Darwin op het idee van de evolutietheorie kwam door de vinkjes van de Galapagoseilanden. Daar is zeker iets van waar maar belangrijk denkwerk kwam toch in de duiventil bij Down House tot stand. Hij hield er (sier)duiven, bevroeg duivenfokkers in den lande hoe zij dat deden en onderzocht zelf ook experimenteel kunstmatige selectie van eigenschappen. Zo veronderstelde hij dat alle duiven moeten afstammen van één enkele oervader, de rotsduif. On the Origin of Species (1859) gaat over natuurlijke selectie maar het een is niet denkbaar zonder het andere. Duiven melken bleek inspirerender voor wetenschappelijk inzichten dan het ontkrachten van de complottheorie, die het zondvloedverhaal in essentie is.
De ecologische ineenstorting is toch echt het gevolg van menselijke activiteit, maar in Darwin ’s tijd was het nog niet zo ver dat hij zich daarmee ook al bezighield. Met de olijftak dus evenmin. Binnenshuis bewaarde hij zo de vrede want zijn vrouw was op het dweperige af gelovig. Dit houd ik voor zeer verstandig.
Onze stadsduif een afstammeling van de rotsduif? Ja zeker! En de tortels, de holenduif en de houtduif ook? Ja zeker! DNA-onderzoek toont aan hoe alle duivensoorten in een familie met elkaar verbonden zijn. Op deze zonnige zondag wil ik even niet een rouwklacht aanheffen over de dodo en de trekduif die ook tot die familie behoorden. Het ‘succes’ van al die andere duiven maakt wel duidelijk dat de soort tot soms wonderbaarlijke overleving in staat is. Daar komt geen ark aan te pas.
Van alle bijzondere eigenschappen van de duiven noem ik er één. Neem een duivennest, bijvoorbeeld van de houtduif. Nee, stel je je dit voor: neem een bundeltje mikadostokjes en laat die boven de oksel van twee stammen los. Wat blijft liggen is voor die duif genoeg. Dat is het hele nest en daarin worden de witte duiveneitjes gelegd. En uitgebroed. Zo krijg je nieuwe duifjes. Is dat niet fantastisch?
Plaats een reactie