
Wrok, twist en wraak. Dat is het wel ongeveer wat Homeros ons te vertellen had over de staat van de menselijke beschaving in zijn tijd. O ja, hij had het ook over een ongeregeld zootje goden die op het speelbord van het menselijk bedrijf een potje zaten te Risken of te Monopolyen. Of uit arrenmoed maar dobbelden want spelregels maakten de zaak maar ingewikkeld. Welk spel er in die dagen in de mode was weet ik niet maar ’t kwam ook neer op wrok, twist en wraak.
Hierover mijmerde ik gisteren, op het strand, en met de golven die aanrolden kwamen mij besprekingen van die film van Christopher Nolan voor de geest. ‘t Belangrijkste lijkt mij te zijn dat je niet meer goed voor de dag kan komen als je die blockbuster niet gezien hebt. Qua diepgang leek mij met het commentaar van Emily Wilson het intelligentste wel gezegd. Zij heeft de meest recente vertaling van Homeros geleverd en daarop zou Nolan zijn ‘adaptatie’ hebben gefantaseerd. Welwillend zegt zij met haar kinderen een onderhoudende anderhalf uur te hebben beleefd. En ook nog dat je in de bioscoop even niet aan de hitte hoeft te denken.
Ze zegt nog wel meer en dat is natuurlijk erg erudiet want ’t staat wel in de London Review of Books. Maar ik raakte benieuwd naar hoe zij met haar kinderen over het verhaal van Odysseus zou hebben gekletst. Met eruditie kom je dan niet ver. Weet zij een uitweg uit de noodlottige opeenvolging van wrok, twist en wraak?
Het geeft te denken dat zij de 21e eeuwer Nolan niet als een van Homeros ‘helden’ identificeert. Immers, zijn ‘vindingrijke’ verfilming van een stokoud verhaal levert hem vooral aanzien, en roem, en eer. En een kolossale buit aan centjes. Zijn maar al te 21e eeuws gesjoemel met morele vraagstukken doet waarachtig niet onder voor het ethisch gedobbel in de Griekse godenwereld. Als je iets uit de Oudheid wilt leren dan moet je beginnen met het inzicht dat wrok, twist en wraak alleen maar leiden tot wrok, twist en wraak. Lees de krant maar.
Zo lag ik te mijmeren. Filosoferen kun je het niet noemen, want toen ik bij het algemene vraagstuk van de hebzucht aanbelandde schrok ik terug doordien mij de leegschedeligheid van Gianni Infantino voor de geest kwam. En van voetbal word ik altijd een beetje zenuwachtig.
Daar gaf ik het dus op en verloor mij in het lijnenspel van de golven, liet mij betoveren door het lied van de branding, hoorde hoe de meeuwen door de opkomende vloed het luchtruim kozen en hun roep achterna joegen. Scholeksters trokken naar het land, moord en brand schreeuwend. Aan de horizon vervloeiden alle mogelijke tinten blauw van de lucht en het water. In het Noorden kwamen daar de kleuren van het strand en de duinen bij, daar leek zich een verdwijnpunt op te houden en ik keek en ik keek en ik keek
Toen de vloed op z’n hoogst was braken we op. Lopend over wat de zee over het strand aan het leggen was, mosselen en krabbetjes, scheermesjes, wier zagen we opeens iets zilverachtigs spartelen. Een spiering. Maar ’t kan ook een jonge makreel geweest zijn, in vissen herkennen ben ik niet geschoold. Het diertje in nood verduidelijkte in één oogopslag het woord amechtigheid.
Heel voorzichtig pakte ik het op en wierp het met een wijde zwaai terug in de zee. Er moet toch een andere taal zijn, een hoopvoller verhaal, bedacht ik toen we in het strandpaviljoen deze gouden middag beklonken, voor dit eenvoudige gebaar van hulp aan een drenkeling, of, in dit geval een vis op het droge, een drogeling. Kom mij niet aan met het idee dat dat visje nu denkt door twee langbenige goden te zijn gered. Vissen hebben al genoeg te stellen met de mensheid.
Plaats een reactie