
Sjoerd Mellema (1919-1987)
Op 29 juli 1987 belde mijn oudste broer mij vanuit Duitsland waar hij al sinds jaar en dag woonde dat mijn vader daar overleden was. Dat was plotseling. Aneurysma. Of ik de familie in Nederland wilde verwittigen.
In het digitale familiearchief dat mijn andere broer heeft aangelegd en dat hij nog steeds aanvult, vond ik deze foto. Ik heb hem zelf ooit gehad, gekartonneerd en ingelijst. Hoe die uit mijn leven verdwenen is, weet ik niet meer. De foto hierboven is precies gedateerd, ik denk het handschrift van mijn moeder te herkennen. Daartoe moet ze op enig moment de behoefte gevoeld hebben in de 27 jaar daarna dat ze zijn weduwe was. Zij moet hem in de Wieringermeer ontmoet hebben toen hij er ongeveer zó uitzag. Ze trouwden in 1942, op een Pinksterdag.
Mijn vader is die Februaridag in 1938 naar de stad Groningen gereisd om die foto te laten maken. Zo konden zijn ouders contact met hem houden want hij ‘ging weg’. ‘Weg’ was de Wieringermeer waar hij zijn geluk ging beproeven. Het was een emigratie.
Het is niet zo dat ik nu even zijn leven wil samenvatten. Als ik door het archief scrol zie ik duidelijk in dat ik in verhalen uit de vorige eeuw kijk. Had hij nog geleefd – 107 zou hij dan zijn geweest, onmogelijk is dat niet- dan had ik hem nog kunnen vragen of hij zich het moment herinnerde dat hij bij die fotograaf binnenstapte. Hij had zich erop gekleed, zich voorbereid, misschien eerst nog bij de kapper geweest. Het was een bijzondere dag. Zijn portret zou naast dat van zijn grootouders komen te hangen in die kleine woonkamer met de bedstede, de olielamp en de Franse pendule onder de stolp van dat nederige huisje in Kommerzijl. Het benauwde keukentje waar altijd wel een pan soep op het petroleumstelletje stond te pruttelen. Het hûske achter het keukentje, met het krantenpapier om je kont mee af te vegen, de geit van de buurman die aan de kool kwam knabbelen, de buurman zelf, de kerk aan het einde van de straat. Dat alles wat hij wilde ontkomen. En dat alles waar hij toch van hield.
Het is ook niet zo dat ik vandaag piëteitsvol bij zijn overlijden stil sta, of zijn leven gedenk Ofschoon ik wel stil ben, en ook piëteit kan voelen. Gemis? Verdriet?
Het is iets anders, iets groters en toch luchtiger. Er zit geen stolp om de tijd. Het begon ergens toen ik erachter kwam dat ik ouder was dan mijn vader geworden is. En dat is al weer een tijdje geleden. Het is gekomen op de dag dat ik besefte dat ik meer verleden heb dan toekomst. Als ik vanmorgen naar mijn vader op die foto kijk, en mij probeer voor te stellen hoe die dag voor hem is geweest, welke verlangens hij toen had, en wat er allemaal daarna is gebeurd, zie ik mijn eigen ogen waarmee ik de wereld bezag toen ik zelf 19 was. Ik ging toen ook uit huis en zou die wereld gaan veroveren.
Vandaag is een bijzondere dag. Net als gisteren trouwens. En morgen. Vandaag ook vieren we dat onze jongste kleindochter 8 is geworden.
Plaats een reactie