Canon


Johannes Vermeer, Brieflezende vrouw in het blauw (ca. 1663)

Over kunst kun je maar beter geen al te absolute uitspraken doen. Vermeers Melkmeisje een ‘absoluut topstuk’? Pfff, dat jaagt de prijzen maar op en brengt kunstrovers op slechte ideeën. In dat gedicht dat ik gisteren citeerde drijft Szymborska de boel wel op de spits maar wie gevoelig is voor haar ironie doorziet dat we ‘het einde van de wereld’ niet al te letterlijk moeten nemen. Het is niet canon tegenover kanon, om zo te zeggen. Of toch wel? Ik begon al met een treurige opsomming van de pijn van deze tijd. En dan was ik Gaza nog vergeten. Het niet-gezegde maakt het erger. Over troost moet ik nog beginnen.

Szymborska noemt Rembrandt niet eens, terwijl dat heus geen onverdienstelijk schilder was. En van die paar handenvol schilderijen van Vermeer laat ze ook Gezicht op Delft onbesproken, ook een ‘absoluut meesterwerk’ Maar ja, dat hangt in het Mauritshuis, waar ze dat beweren. En zij was nu toevallig net in de eregalerij van ’t Rijksmuseum. Concurrentie. Maar had ze, dichteres toch, dan niet Brieflezende vrouw in het blauw  gezien? Of sloeg ze de na eeuwen nog neerspattende melk gewoon hoger aan dan versjes? Hoe smaakt de melk in Polen?

Over smaak twisten is nogal dom maar je kunt het er best over hebben. Lang hield ik die brieflezende vrouw voor het mooiste schilderij ooit. Dat zou ik Szymborska gezegd hebben als ik daar naast haar had gestaan. ‘Kijk, je moet even naar rechts kijken.’

Een dag zou ik nodig hebben gehad om uit te leggen waarom. En dan had ik alleen nog maar woorden over het licht, dat zelf niet spreekt, en niet over die vrouw, die iets leest wat wij niet kunnen zien. Of over de stilte.

Maar mijn smaak is ook niet zo absoluut. Er is iets gekanteld in mijn etherische uitleg van ’t schilderij toen ik er achter kwam wat er op de wand achter die dame precies te zien is. Ik heb het opgezocht:

Balthasar Florisz van Berckenrode, Landkaart van Holland en West-Friesland, uitgegeven door Willem Jansz. Blaeu in 1621

Over de betekenis van landkaarten in de 17e eeuw is al een hoop beweerd, dat ga ik niet overschrijven. Vermeer bezat mogelijk zo’n kaart want hij gebruikt ‘m vaker. De zijne dateert uit 1621 en daarop kun je alleen met een vergrootglas navigeren. Maar als je inzoomt op een kaart uit precies de tijd dat Vermeer met melk en brieflezen bezig was, zie je dit:

Daniel van Breen, De Beemster, 1658

Mijn vliedende gedachten en gevoelens breng ik nu maar even niet in kaart. Maar Vermeer denkt in Delft aan De Beemster? Begon daar de agrarische rampspoed niet waarvan het einde nog niet in zicht is?

Natuurlijk kon Vermeer dat toen niet weten maar wat als je in de huidige tijd een fijnschilder, laten we zeggen Henk Helmantel uit Westeremden, eens z’n gang laat gang. En die schildert een jonge vrouw naar zijn opvatting van vrouwelijk schoon, zo precies als hij dat kan, dus compleet met gezichtpiercings. En die laat-ie op haar mobiel turen naar haar schermpje. Om het even of dat WhatsApp, TikTok of een berichtje van haar vrijer is, we kunnen toch niet meelezen. En achter de dame in kwestie projecteert de schilder dan een panorama van de Wieringermeer. Dan vraag je je toch ook niet af of dat vlakvulling is? Probeer dan maar eens niet te denken aan Microsoft of Google die daar de voorbereidingen treffen nóg groter te worden, nota bene op het land van wijlen Sicco Mansholt.

Maar ik sta niet naast Szymborska in de eregalerij van ’t Rijksmuseum. Over sloopmelk zou ik dan trouwens ook niet zijn begonnen. Misschien wel over troost.

Plaats een reactie