
Het verleden is linke soep. Eer je er erg in hebt pik je daar alleen de balletjes uit: moeder kruidde die altijd zo lekker. Of laat je hem staan: te heet opgediend. Idealisering of traumatisering is om het even: met een van die twee als kok wordt het in de keuken een soepzootje. Kijk maar naar de opzichtige geschiedvervalsing van hedendaagse machthebbers. Als de soep naar grootmoeders recept wordt opgediend weet je dat die soep al eens gegeten is: een brouwsel van onmogelijke verlangens en slecht verwerkte trauma’s.
Ik kan nu wel heel hard bah roepen – en wijzen naar de falsificaties uit het Kremlin, De Verboden Stad of The White House, of naar de burelen van de Rewilding-profeten – maar hoe zit het met mijn eigen melancholie en pijn?
Vroeger jubelde boven ieder weiland in de polder een leeuwerik. Vroeger hield men in het voorjaar het slaapkamerraam dicht omdat het geluid van de baltsende grutto’s en kieviten oorverdovend was. Vroeger kwam mijn vader ’s avonds regelmatig met een fazant of patrijs thuis omdat die zijn koplampen niet hadden ontweken. Vroeger ach. Vroeger wee.
In verband met de hitte van de afgelopen tijd werd door weermannen vaak gerefereerd aan het jaar 1976. Toen was het ook zo warm. Ik bewaar er levendige herinnering aan want in mijn persoonlijke geschiedenis was dat een belangrijk jaar omdat ik toen ging studeren. Die zomer van 1976, ach, Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij. Als ik daar aan terugdenk zit ik zo weer de San Francisco’s van Verkade in mijn lindebloesemthee te dopen. Maar kom zeg, ‘k ben Proust niet. Of Bloem. En Verkade heeft met die Thijsse-albums de natuur ook niet helemaal recht gedaan, die zongen ook de lof der vooruitgang.
Grafieken over het weer zeggen mij niet zoveel. Heb ik het toen ook zo warm gehad? Geen idee, mijn hoofd was vol van het avontuur dat ik toen begon. Tabellen met cijfers over de achteruitgang van vogelsoorten blijven getallen maar maak mij niks wijs, een cijfer is geen verlies, een getal geen gemis. Hoe smaakte het leven toen?
Hoe klonken die leeuweriken boven de velden? Hoe rook het gras toen? Zag je toen echt meer insecten? En vogels? Wat hoorde je toen?
Ouder worden is geen derven en van veel van wat ik onderweg verloor ben ik blij dat slechts herinnering rest. Maar die leeuwerik. In The Guardian trof ik een verantwoorde reconstructie van vogelgeluiden zoals die op een zomerochtend in 1976 geklonken moeten hebben:
https://www.theguardian.com/environment/2026/jul/03/dawn-chorus-uk-birdsong-50-years-audio-landscape.
Dit gaat niet alleen mij aan maar iedereen die een halve eeuw geleden oren had om te horen. En misschien nog meer: ieder jong mens die nu niet weet wat – ie mist. Ik heb het niet over de betekenis. Dit gaat over de doodse afwezigheid waarover Rachel Carson al in Silent Spring voor waarschuwde. ’t Wordt stil aan tafel.
Plaats een reactie