Konijnenhol


Het zal ergens midden de jaren ’80 geweest zijn dat ik de volgende reclameboodschap op de televisie zag: we zien een meisje van een jaar of acht dat zich in de achtertuin vermaakt met haar konijn. Er is veel plezier. Ze houdt het konijn molsla en ander lekkers voor en kriebelt het achter de oren. Het konijn knabbelt verzaligd. Ze neemt hem in haar armen en wiegt hem in de vriendelijke zon die het hele tafereel verwarmt. Aan geluk geen gebrek. Noch het meisje, noch het konijn ontbreekt het aan iets.

Heus? Maar dan kent zij de camcorder nog niet! Dat is een draagbaar wonder van vernuft! Getoond wordt hoe gemakkelijk dit apparaat te bedienen is, zelfs voor een meisje van acht. Kijk maar! Het konijntje huppelt uitgelaten door het gras en het meisje volgt het door de hele achtertuin met haar nieuwe camera. Dat gaat zo eenvoudig! Heet ze nou Alice? Hoe dan ook, wij houden van haar. En van het konijn. Nu is het geluk pas compleet.

Volgende scene. We zien het meisje in haar meisjeskamer. Daar speelt zij haar opname af. We zien het konijn. In de achtertuin. Daar huppelt het. Nee, beter kijken, het huppelt op beeld. Aaien kan Alice dat beeld niet. Ook schijnt er geen zon op haar huid. Maar de kijker moet geloven dat dit meisjesgeluk in die meisjeskamer ultiem is. En zo gemakkelijk is dat bereikbaar!

Mijn herinnering aan die STER-reclame is levendig: ik zie meisje en konijn zó voor me. De argwaan die dit suikerzoete verhaaltje toen bij mij opriep is ook niet weg. Het komt spontaan op als ik lees over de verlokkingen van Social Media. Onweerstaanbaar klikgedrag. Schrikbarend toegenomen schermtijd. De verlokking van verre, paradijselijke oorden die tóch binnen handbereik zijn. Maar ook complottheorieën. Vitae Pro. Enfin, opgevat als metafoor blijken de toepassingsmogelijkheden legio.  

Dat ik het nu eindelijk eens opschrijf komt doordat ik gisteren een reportage zag over de meer dan een miljoen satellieten, spiegels en datacentra die een bedrijven als SpaceX en Reflect Orbital eerdaags de ruimte in willen schieten. Ik wist niet dat mijn geluk nog niet compleet was. Ik wilde vannacht gewoon even naar de Grote Beer kijken. En o ja, en de Poolster. Maar ik zag ze niet. Misschien waren die in een ruimtelijk konijnenhol gevallen.

Of de makers van die eerste camcorders aan Lewis Carroll ’s verhaal gedacht hebben (Alice in Wonderland, 1865) toen ze reclamejongens de opdracht gaven hun product aan man en meid te brengen weet ik niet. Carroll zelf zal niet kunnen hebben vermoeden dat Falling Down The Rabbit Hole inmiddels een staande uitdrukking is geworden. Wie in het konijnenhol valt, geraakt in een absurde wereld. Zie daar maar weer eens uit te komen.

’s Ochtend vroeg zie ik vaak konijntjes grazen op het gazon voor ons appartement. Ze zijn echt. Ze wonen achter het heideparkje, in de hoek van het Baanakkerspark. Voor ons huis is gras, daar niet. Daarom komen ze hier ’s nachts. Als de mensenwereld weer op gang komt verdwijnen ze weer, even stilletjes als ze kwamen. Je moet zelf ook heel stil zijn om ze ongestoord gade te kunnen slaan. En geluk hebben. Het is genoeg.

Plaats een reactie