Oe boe en toe


Of ik nu ook al met AI teksten aan het genereren was, wilde mijn vrouw dringend weten. Ze vindt de gefingeerde monoloog 2,6 van gisteren te stereotyperend. “Boerendomheid? Boerenslimheid? Boerenlul dat jij daar bent! Precies zo stort AI die stront dagelijks over ons heen. En wij dat maar voor de werkelijkheid houden. Lees jij de kranten niet meer?” Ze struikelde in haar woordenvloed ook nog over ‘gemakzucht’, ‘luiheid’ en ‘domheid’. En ze telde mee met haar vingers. Het meeste van deze drie ergerde haar de domheid. Bij drie bleef haar middelvinger dreigend in de toch al geëlektriseerde lucht voor mijn hoofd hangen. Maar ‘t werd mij niet geheel duidelijk of zij die AI verweet, de boer, dan wel mij. Hoe dan ook, het hele stuk was ‘2,6 x beneden alle waardigheid’.

Ik wilde wel tegenwerpen dat ik ’s ochtends vroeg juist probeer mijn geest leeg te krijgen. Dat ik wanhopig probeer om de natuur groter te laten zijn dan wat er vaak van gemaakt wordt. Zo groot als . . , nu ja, zo groot als de natuur zelf, inclusief die boeren die van mij heus wel hun belang mogen hebben.  Maar dat het mij altijd gaat om de héle natuur, ook inclusief mijn eigen. En nee, ik ben ook geen lieverdje.

En dat dát mij juist onderscheidt van AI: die recyclet alleen maar oude gedachten en belegen gevoelens, vaak na slecht herkauwen en een haperende spijsvertering. Iedere ochtend de nieuwe dag weer schoon beginnen, als de opgefriste aarde na een reinigende regenbui, daar komt het op aan. Zonder verwachting wachten op wat zich voordoet. Maar in onze intermenselijke atmosfeer bleef het onweer nog even rond knetteren. En nu herkauw ik het woord ‘waardigheid’. Kennelijk had zij mij daarmee wel geraakt. Als met een bliksemschicht.

Het geval wil dat ik gisteren voor het slapengaan nog even een woordje noteerde. Vanochtend vond ik die in het schemerdonker geschreven notitie op mijn schrijftafel terug: ‘Oe boe en toe’ las ik. Dat had natuurlijk met die koeien te maken, het alles verhelderende inzicht ontglipt me. Verlichting is net onweer, daarna zit je weer in het duister.

Het begin van een versje kon het niet zijn dus vanmorgen begon ik maar eens met het leegmaken van mijn bureau. Ergens op de dwaalwegen mijner gedachten zou toch een aanknopingspunt te vinden moeten zijn: het laatste boek van Piketty, stikstofstudies van de afgelopen zeven jaar, de beslisnota ‘Weer ruimte voor boer, natuur en bouw’, de rapporten van Remkes, de bundel Een leeuwerik boven een weiland van K. Schippers, een gelet op de uitroeptekens in de kantlijn instemmend gelezen artikel van een Afrikaanse filosoof . . .

En daarin vond ik het, het drie keer met pen omkringelde woordje: ‘Ubuntu’. Oe boe en toe. Dat gaat over waardigheid.

AI kan veel, zeker, ik lees de kranten ook heus wel eens. Of AI ook de technologische innovaties zal brengen die met één politieke of boerenhandenklap het stikstofprobleem zullen oplossen, staat nog alleszins te bezien. AI kan ook lustig fabuleren, en schelden dat het een oordeel heeft, de publieke opinie beïnvloeden, doen geloven dat onze eerste minister een waardeloos kickbokser is. Oorlog voeren. Maar zo onbeholpen als ik met woordjes pruts, en dan niet eens meer weet waar ik heen wilde, of vandaan kwam, en de weg kwijt raak, en onthuts over de gekte in deze wereld, en tóch mijn waardigheid hervinden . . . Nee, dat kan AI niet. Want AI heeft geen waardigheid.

‘Voer deze prompt nou es in,’ vraag ik mijn vrouw, hopend op een frisse en waardige start van deze stralende morgen: ‘‘oe boe en toe’. En lees voor de aardigheid eens voor wat AI daarover te melden heeft.’

Plaats een reactie