
Over de Deltawerken reden we van Walcheren terug naar huis – de wielingen in het water bij de Oosterscheldekering waren onstuimig. Hoeveel watersnood had Zeeland wel niet gekend? Wij reden veilig over de weg, een verrassend smal koord dat rivier en zee gescheiden moest houden. Een wonder van waterbouwkundig vernuft, de wereld houdt de adem in. De kering zou het allemaal wel houden. Nog wel.
Bij Rotterdam blonken de pijpen en buizen van de petrochemische industrie in het zonnetje dat ondanks een sombere voorspelling toch nog duchtig scheen. Andere voorspellingen drongen zich op, men ziet oorzakelijk verband. Er was veel rook. Of was het stoom? Meeuwen wiekten op de aantrekkende wind en kantelden in het zonlicht. De wolken kondigden verandering van weer aan.
Voorbij de nieuwe tunnel onder de Maas leek de radio even te haperen. Het was althans lang stil. Toen klonk opeens de eerste Gnossienne van Satie. Reinbert de Leeuw, onmiskenbaar, want niemand speelde Satie zo langzaam als hij. De klanken waren allang weggestorven toen de presentator afkondigde. Hij had zich helemaal mee laten voeren door de verstilling, verklaarde hij. Waarvoor excuus.
Maar ik zat weer midden in mijn studententijd, toen De Leeuw die muziek mijn wereld binnen liet zeilen. Het rumoer rond het rapport De grenzen aan de groei was toen nog geenszins gestopt. We discussieerden ernstig en nachtenlang. Het moest allemaal anders, terug naar een oerbegin, wisten we, deze planeet bezweek onder de kortzichtigheid en de hebzucht van de mensen die haar bevolken. Maar hoe?
Ach, ik studeerde letteren. ‘Ik hoor dit nu, ik zie dat nog. Het blijft bij me en ik kan het niet vasthouden.’ Jan Eijkelboom: Wat blijft komt nooit terug (1979).
‘Je moet deze stukken zéér langzaam spelen,’ verklaarde De Leeuw, want dat staat erboven: ‘Lent’. En ook nog dat Satie volgens hem de tijd stil had willen zetten, een beschutte plek om te ontkomen aan de dynamische heksenketel van trein en elektriciteit. Gek, andere regieaanwijzingen boven Satie ’s pianostukken nam hij niet zo serieus: “Drie onderscheiden walsen van precieuze wansmaak”, “Schetsen en stekeligheden van een dikke goeierd van hout”, “Uren, eeuwenoud en kortstondig”, “Uitgedroogde embryo’s”.
Toen we onder de ringvaart door de Haarlemmermeer in reden, en verderop vliegtuigen hun landing op Schiphol zagen inzetten, viel me de absurditeit van die verdwaasde gehaastheid in. Zeker, een wonder van aerodynamisch vernuft, maar het haalde het niet bij de moeiteloze wendbaarheid van de meeuwen, de soevereine rust van de wolken.
Weer thuisgekomen zocht ik nog even de Petite ouverture à danser op. Wat zich ná 1900 nog allemaal zou voltrekken kon Satie natuurlijk niet weten. Een dansje op een absurd smal koord, meer is het niet. Twee minuten eeuwigheid. Daarop moet je dansen.
Plaats een reactie