Onderscheid

,

Tjiftjaf | foto Edwin Bax / vogelwerkgroep Meijendel

Tjif tjaf tjif tjaf tjif

Tjif tjaf tjif tjaf tjif tjaf tjif

tjaf tjif tjaf tjif tjaf

_____

Opm.

Bijna alle vogelboeken gaan in op het uiterlijke verschil tussen de fitis en de tjiftjaf. Dat is er bijna niet. ‘Door hun zang houd je ze makkelijk uit elkaar,’ staat er dan. Maar dan moet iemand je dat wel eerst verteld hebben. Hoe deden ze dat in de tijd dat er nog geen opnameapparatuur bestond?

Thijsse omschrijft de zang van de fitis in Het vogeljaar (1903) zo: “frisch en hoopvol, teer en fijn, vergankelijk en weemoedig als deze Paaschweken.
Het liedje begint met een slag, die in tempo zeer veel overeenkomst heeft met het geschetter van den vink, maar het geluid is zachter, malscher, edeler: de vink toetert op een trompet, het fitisje bespeelt de schalmei. (…)
Als het fitisje aan ’t eind van zijn blij gestemde inleiding is, dan komt er opeens een verrassende wending; in een klein kort valletje breekt zijn stem – de weemoed van die enkele tonen is onbeschrijfelijk – en dan sterft het liedje uit in altijd zachter wordende, langzaam dalende toonparen”

Hoe de tjiftjaf aan zijn naam komt is duidelijk. Niemand zal ‘m ook verwarren met koekoek of kievit die toch ook tweetonig hun bestaan kenbaar maken.

Met de haiku van vanmorgen wil ik de tjiftjafboodschap niet diepzinniger doen voorkomen dan die klinkt. Maar hoe klinkt die? Probeer eens heel precies te noteren wat je een tjiftjaf hoort zingen. Nee, niet die ene uit de boekjes, maar die ene uit de tuin, op dit eigenste moment

tjaf tjif tjaf tjif tjaf

tjaf tjif tjaf tjif tjaf tjif tjaf

tjif tjaf tjif tjaf tjif

Plaats een reactie