
Boetsja, iets ten noordoosten van Kyiv, nadat Russische troepen er hadden huisgehouden | Foto Felipe Dana / AP
B e l e g e r d e s t a d
De mensen eten sneeuw
en warmen zich door flessen te vullen
met de brandstof die hen nog rest
om de vijand te begroeten
die hun stad belaagt
terwijl aan het front nog haastig een huwelijk wordt
gesloten – hij proeft nog hun eerste huiverende kus
en zij ziet nog de hemel in zijn ogen
voor zij zich aan elkaar overgaven
terwijl de trillende soldaat aan zijn moeder
denkt, aan de gevulde broodtrommel,
die zij hem gaf toen hij vertrok, de te dunne sokken
terwijl de eindeloze stoet ontheemden
alleen nog zorg heeft voor het vege lijf
terwijl het kind ontredderd ouders zoekt
terwijl
de leiders dromen van een land dat hooguit in hun hoofd bestaat
de ratten knagen achter de vochtige wanden van gedachten
er geen draaiboek blijkt voor de wanhopige dienaar van het volk
de barbarij zich monotoon herhaalt:
van Antwerpen, ooit, London, Berlijn, Dresden
Moskou, Stalingrad, Grozny, Aleppo; van Kyiv?
de grimmige oorlog in hun hoofden woedt
en in die van allen die hun vaandels volgen
en die in die strijd aan kogels, aan vuur
als held, als voer ten onder gaan
Zullen er ooit weer, toch weer opnieuw
nadat de knallen van het slachtveld weggestorven zijn
lichamen geborgen, kruisen opgericht
uit de kraters, op de weiden onder de leeuweriken
zullen er ooit weer klaprozen bloeien?
Plaats een reactie