Levend fossiel

,

Gefossiliseerde varen

Die documentaire van Cherry Duyns (De wording, 1988) heb ik nog niet terug kunnen vinden en dat vind ik wel jammer. Langs omwegen vond ik het gedicht waaraan Ida Gerhardt lopende de opnamen heeft gewerkt. Ze was toen al 83 en behoorlijk blind aan het worden. Haar levensgezellin zou niet lang daarna overlijden. Tot aan haar eigen dood in 1997 heeft Gerhardt het met het innerlijk licht moeten doen. Of dat gelukt is weet ik niet.

In mijn editie van de Verzamelde Gedichten staat het gedicht nog niet, die is van 1980. Daarna heb ik kennelijk niets meer van Gerhardt gelezen. Zo gaan die dingen.

Het titelloze gedicht gaat over het ontstaan van een gedicht.

Langzaam opent zich het inzicht 

dat een werkelijk vers iets levends 

is, van stonden aan een wonder. 

Langzaam opent zich het inzicht 

dat het licht van binnenin is 

wat die wisseling geeft van tinten.  

Langzaam opent zich het inzicht 

dat geen mensenkind kan weten 

waar de herkomst van het vers ligt.

Ida Gerhardt, De adelaarsvarens, 1988

Ik zou het anders zeggen. Maar ja, ‘k ben Ida Gerhardt niet, ik zal wel moeten. Wat ik wel weet is dat je het gedicht de ruimte moet geven. Anders blijft het een fossiel.

Plaats een reactie