Oehoe

,

Bosuil

Maanverlichte nacht –

de bosuil zoekt zijn vrouwtje

in verwaaid geroep

_____

Opm.

In Het vogeljaar uit 1903 beschrijft Jac. P. Thijsse de vijf uilensoorten die dan in Nederland voorkomen en waarvan hij vindt dat je die gezien moet hebben voor je er over mee kan praten. Hoe hij de lezer van toen bos en duin, hei en veld in probeerde te kletsen is een studie waard. Zo propageerde hij het begrip ‘natuursport’, als alternatief voor andere sporten zoals voetbal die voor een groter publiek bereikbaar werden. Ach, toen stond ANWB nog voor wielrijdersbond en moest het toerisme nog worden uitgevonden. Lang niet iedereen had overigens aan het begin van de vorige eeuw een fiets.

Het Vogeljaar is het eerste complete vogelboek in Nederland. Tussen de regels door proef je Thijsse’s inspanning om over de natuur niet in termen van nuttigheid te denken. Soms doet hij dat minder verholen, zij het schoorvoetend: “Ik word altijd enigszins verlegen onder deze enghartige “nut-en-schade” overwegingen” schrijft hij, als hij de introductie van het steenuiltje in Engeland bespreekt. Die broedde daar nog niet en het publiek vond het maar niks, ‘a pest’ zeiden ze.  Maar Britse wetenschappers hadden nu vastgesteld dat de steenuil zich helemaal niet aan de eieren of de jongen van pluimvee vergreep. Die at zelfs insecten. Thijsse achtte het kennelijk wel noodzakelijk die wetenschappers er maar bij te halen om de heersende vooroordelen weg te nemen.

Natuurlijk hanteren we het schadelijkheidsprincipe nog steeds. Zie de discussies over rat en bever, over wolf en vos, over de ganzen op weilanden en akkers, niet alleen bij Schiphol, over ander gevogelte dat hier grieperig alle pluimvee ‘bedreigt.’ Dit is het aloude Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral. Soit. Al ligt het ook daar vaak nogal een beetje anders dan belanghebbenden zich graag voorstellen.

Tegen een ander type stereotypering is dan weer makkelijker iets te doen. Zeg ‘uil’ en vraag hoe die er uit ziet. Geheid dat – ie op een kerkuil lijkt. Vraag die uil eens na te doen, geheid dat je dan een bosuil te horen krijgt.

Nog een proef op de som: in griezelig bedoelde scenes zul je in films die bosuil te horen krijgen, oe-hoe-hoe-hoeoeoeoe!  ofschoon een kerkuil veel angstaanjagender klinkt. Moet er een uil in beeld verschenen dan is dat eerder de kerkuil dan een andere, ofschoon de kerkuil er het aaibaarst uitziet. Over de sneeuwuil in de Harry Potterfilms wou ‘k het maar niet hebben. Die hebben weer heel ander leed veroorzaakt.

Is het erg dat veel mensen het verschil niet kennen tussen de veld-, bos-, steen-, kerk- en ransuil? Of zelfs de reusachtige oehoe, die hier nu ook al sinds 1997 broedt? Misschien niet. Maar het leven is wel zoveel rijker als je dat wel kunt. Onderscheidingsvermogen leidt tot begrip. En dat weer tot verschilligheid. En daarmee komen we een stuk verder in deze wereld.

Plaats een reactie