
Al tien jaar geleden stuitten mijn vrouw en ik langs de kant van de straat op een bundeltje stukken hout waarvan we meteen wisten dat die samen een beeld vormden. Zonder verder overleg laadden we die in de auto. Thuis lijmde ik alle stukke dingen aan elkaar, schuurde het geheel wat bij, pakte de verfbus. Het beeld begon te glimmen als ebbenhout. Een Afrikaanse krijger? Zijn ellebogen steunen op zijn knieën, zijn blik houdt het midden tussen verbijstering en contemplatie. Misschien vind ik ‘m daarom zo mooi. Herkenning? Hij kijkt nu op het balkon uit over het park, manshoog. Een wachter. Ik zie hem graag. Met geloken ogen slaat hij gade: hij kijkt naar buiten én naar binnen. Misschien neem ik daarom steeds de moeite om hem op te lappen als hem door de wind iets overkomt. Met ijzerdraad heb ik hem nu maar aan de muur vastgezet.
We struinden afgelopen vrijdag rond in een rommelige kringloopwinkel die we nog nooit hadden bezocht. Zoiets is een feestje. Vinden wat je niet zocht. In een schemerig hoekje trof ik het beeldje op de foto. ‘Wat hebben wij nog niet in onze verzameling?’ vroeg ik mijn vrouw terwijl ik het beeldje achter mijn rug hield. Mijn vrouw kon met geen mogelijkheid bedenken wat wij verzamelden maar erkende stomverbaasd dat wij dat wel doen toen ik haar het beeldje liet zien. ‘Hij is het!’ bracht ze uit. ‘Zo sprekend als een beeld maar kan zijn!’
2.
Terwijl ik op het balkon wat slordig aangebrachte verfresten van het waaibomenhouten beeldje zat te pulken en het verder opkalefaterde dacht ik aan een Afrikaanse man die ergens in een dorpje zijn schamele broodwinning had gevonden in het snijden van die beelden. Wat waren zijn gedachten? Wat was zijn hoop? Misschien was het wel een heel dorp. Hoe zagen zij daar de wereld? En ik dacht aan de weg die die beelden hadden gemaakt om bij ons op het balkon te geraken. En hoe wij daar tenslotte waren geraakt.
3.
Amor fati. Amor fati.
4.
Terwijl ik zo doende was kwamen herinneringen boven aan mijn eerste liefde. Wij zwierven daar aan de rand van Wieringermeer rond om onze verliefdheid te beleven. Een van die plekken was het voormalig Joods Werkdorp, haar ouderlijk huis keek daar op uit. Haar vader was daar brugwachter van de brug waarover mijn ouders op 17 april 1945 de polder moesten ontvluchten omdat die door de bezetter onder water was gezet. Nou ja, het was een andere brug en haar vader was daar toen ook geen brugwachter maar ‘er was iets met de oorlog’. En een ander kamp. Daarover werd niet gesproken. Hij had bepleit het oude brugwachtershuis te laten staan toen er een paar honderd meter verderop een nieuwe brug werd gelegd. Dat was zijn uitkijkpost. Hij knutselde er en toonde zijn bedrevenheid met gutsen en beitels. Hij leerde mij alles wat hij wist over hout en gereedschap.
5.
Abel Herzberg was de laatste directeur van dat werkkamp. Daar werden vanaf 1934 tot de ontruiming in 1941 joodse kolonisten agrarisch geschoold om zich in het nieuwe Zion te kunnen vestigen. Met de plaatselijke bevolking mocht men geen contacten aangaan, verordonneerde de toenmalige Nederlandse regering. Dat is een verdrietig verhaal en dat verhaal wekt geenszins trots op. Mijn ouders hulden zich in stilzwijgen als het in mijn vroege jeugd terloops ter sprake kwam. ‘Die onderwaterzetting’ kwam wel steeds terug. Toen zij op die zonnige aprildag met paard en wagen, waarop hun hele hebben en houden, langs die brug de polder verlieten, Het Nieuwe Land, was het lot van die joodse kolonisten al bezegeld.
6.
Of mijn herinnering mij bedriegt weet ik niet maar ik bewaar beelden dat ik daar met mijn eerste lief op het terrein rondsloop. Er hing een geheimzinnige sfeer, alsof we iets verbodens deden. Achter het hoofdgebouw stonden houten barakken. We bliezen het spinrag weg om te zien wat er binnen was. Niets. Tenminste niet veel. Er waren alleen vage verhalen omheen. De geschiedenis was vaag, nevelig. Spinrag. En wij zouden in Groningen gaan studeren.
7.
Een halve eeuw later zit ik aan dat beeldje te prutsen. Alles komt terug. Mijn vrouw ziet mijn gedachten dwalen. ‘Amor fati?’ raadt ze. Ze weet dat ik met Herzberg een weg zoek naar het heden.
‘Kringloop,’ zegt ze dan.
Geef een reactie op ymarleen Reactie annuleren