Het laatste hemd


Jopie Huisman (1922-2000); Roodbaaien hemd

We waren gisterochtend al vroeg op het metrostation Noord maar wij waren niet de eersten om naar Den Haag af te reizen voor De Rode Lijn– demonstratie. Die in rood gekleed gingen zouden ook wel gaan, stootten wij elkaar aan. Dat bleek in de trein waar nog veel meer mensen zich aansloten. Er werd druk gepraat, er waren veel meningen. Een activist deelde flyers uit, luidkeels zijn versie van ’t verhaal verkondigend.

Het Malieveld stond om half één al helemaal vol. ‘Doorlopen!’ sommeerden  agenten die het fietspad vrij moesten houden voor de hulpdiensten. Daar was geen beginnen aan. Het Vredepaleis hebben we niet eens gehaald. De lange stoet ging te langzaam en dan krijg ik last van mijn rug. Niet zeuren, sommeerde ik mijzelf. In die bonte, nou ja, rode stoet, waren ook veel mensen die aanzienlijk ouder waren dan wij: met stokken, schuifelend, in een rolstoel, of op zo’n scootmobiel. Ergens halverwege vond ik het welletjes. Gewoon over de trambaan liepen we terug, met vele anderen. Zijn wij meegeteld als deelnemer? Als het demissionaire kabinet nou maar weet dat wij er ook waren! Jawel hoor, vernamen wij op het nieuws: Schoof had ons gezien, schreef ie op X.

Terug naar huis viel het moeilijk een plekje in de trein te vinden maar in Leiden lukte het toch, gelukkig. M’n rug hè? Slechts langzaam raakte de trein weer leger. In station Heemstede Aerdenhout buitelde een hele rode divisie de trein uit. ‘Die hebben vanochtend hun poloshirtjes zeker nog gestreken,’ registreerde mijn vrouw.  Ze bedoelde dat helemaal niet cynisch. Het was meer een argeloze afsluiting van al die verschillende demonstranten die we hadden opgemerkt. Van al die verschillende mensen, al die verschillende beweegredenen. Uit alle lagen van de bevolking, zoals dat heet. Uit het hele land. De rode lijn is al lang overschreden.

Op het terras van De Beren waren wij nog de enigen in het rood, zag ik. Ik deed mijn jack maar uit. Maar daarna zag ik alleen nog maar rijen slachtoffers voor mijn ogen dansen, in witte lijkwaden, beweend door hun familie, door broers, zussen, moeders, vaders. Die lijkwaden zie ik iedere dag in de krant en op de televisie. En ik dacht aan míjn moeder. ‘Het laatste hemd heeft geen zakken,’ zei zij dikwijls, aan het einde van haar lange leven.

Bij Nieuwsuur wilden wij nog naar het NOS-verslag van de demonstratie kijken. Dat volgde na de berichtgeving en analyse van de beelden uit Iran en Israël. Karel Hendriks kwam als directeur van Artsen zonder Grenzen vertellen hoe godsonmogelijk het werken in Gaza is. Zelfs de artsen leden honger. Het enige nog operationele ziekenhuis, in Khan Younis, wordt nu geïsoleerd door het Israëlische leger. Je hoeft geen visionaire gaven te hebben om te snappen wat dat betekent. Dat vertelde Hendriks zakelijk. Het was maar een voorbeeld. De emoties had hij uitgedaan.

En ik dacht aan al die Palestijnse moeders die wij in de stoet hadden zien meelopen. Grootmoeders ook, slecht ter been. Het laatste hemd heeft geen zakken.   

Eén reactie op “Het laatste hemd”

  1. ymarleen Avatar
    ymarleen

    Neen, we kunnen niets meenemen

    Like

Geef een reactie op ymarleen Reactie annuleren