Vrije val (2)

,

‘Ons ganse land is vandaag in een klap onbestuurbaar geworden en jij komt aan fladderen met een versje over vallende vogeltjes! Een haiku nog wel! Leg uit! Werp licht!’

Nou, het is mijn gewoonte niet mijn eigen dichtsel uit te leggen en voor licht kun je maar beter naar een echte lampenwinkel, zeker als het de politiek betreft. Politieke dwaallichten zijn er tenslotte te over. Maar goed.

Gisteren na de middag zat ik op een bankje in het plantsoen naast onze flat. Ik zat gewoon te zitten, en te kijken, verder niks. Nee, dat jok ik: allicht had ik gedachten over de net bekend geworden val van het kabinet. Zie maar eens niet te denken.

Ofschoon er een zoel windje blies, leek het opeens wel najaar. Dat was natuurlijk niet zo – het moet nog zomer worden – maar het leek zo. Wolken joegen over in grillige formaties en de berken moesten zich vasthouden aan de aarde. Ik voelde mijn haren wapperen. En toen opeens die zwerm vinken. Ze zaten elkaar achterna, het waren er wel twintig, en in hun wilde achtervolgingen doken ze nu eens in de ene struik, dan weer in de andere. In het hele plantsoen weerklonken hun doordringende kreetjes, van de rhododendrons aan het begin, bij de glijbaan, tot aan de berken aan het eind, waar ik zat. Na een minuut of tien waren ze opeens allemaal weer verdwenen. In de stilte was ook de wind gaan liggen. Waar had ik naar gekeken?

Gaandeweg de verdere dag vernam ik reacties op de val van dit onfortuinlijke kabinet. Onfortuinlijk omdat geen enkel voorteken ooit op een zegenrijke regeerperiode had gewezen. Behalve degene die asielzoekers tot het grootste probleem in ons land rekent, had niemand dit rare kabinet ook gewild. Hoe hard ze ook beweerden van wel. Er zijn tenslotte ook echte problemen op te lossen. Stikstof bijvoorbeeld. Wie legt mij nou eens uit hoe een asielzoeker daar de veroorzaker van is?

Alle reacties op de televisie kwamen mij daarom erg huichelachtig over. Ik keek naar rare toneelstukjes over raar toneel. Slecht gespeeld ook nog. In plaats van gewoon toegeven dat het wel heel erg verrekte lastig is luchtledige beloften waar te laten maken door lichtgewichtige bewindslieden, of dat het voorgaande kabinet dat het huidige mogelijk had gemaakt ook al gevallen was om een denkbeeldig probleem, of dat ze bij ontstentenis aan luyendijkvinkjes gewoon een wedstrijdje deden om het dunning-krugereffect levensecht in de politieke arena te demonstreren, buitelde men over elkaar van de morele verontwaardiging. Dat iemand Wilders verweet een politieke schwalbe te maken leek mij eerst wel aardig, dat bracht tenminste het spelelement in de evaluaties ter sprake. En het ging ook nog eens over een vogel. Maar de man nota bene die zelf verantwoordelijk is voor de ten hemel schreiende arbeidsmigratieproblematiek, al heb ik hem daarover zelden iets zinnigs horen zeggen, méénde het: Wílders was de spelbederver. Het zal wel komen doordat ik niets met voetbal heb, of de vergelijking met een zwaluw onvergefelijk ten nadele van de vogel vind uitvallen, of eenvoudigweg doordat ik niet het talent heb de doortraptheid van het politieke spel te doorgronden, maar daar word ik een beetje draaierig van.

Het lukt mij niet goed mijn verdere verbijstering onder woorden te brengen. De minister die over onze woningen gaat het woord ‘verraad’ in de mond horen nemen? Ju ju ju! Hoe zat dat ook al weer met die musjes? Die hebben even veel te maken met de huidige wooncrisis als de asielzoekers met de toeslagenaffaire. Ik merk dat ik link word. Pislink durf ik wel te zeggen nu ik zelfs de meest hypocriete volksvertegenwoordigster dat woord unverfroren voor de microfoon hoor bezigen. Ja, woorden beleven zo nareis op nareis.

Toen ik vanmorgen vroeg mijn gedachten op een rij probeerde te krijgen wilde ik weer met beide benen op de grond terecht komen. En dacht ik aan wat mij gistermiddag overkwam. Dat was de echte werkelijkheid en die was al overrompelend echt genoeg. Dat het heel eventjes herfst leek terwijl het nog zomer moet worden. Heel even maar, nauwelijks een kwartier eigenlijk. Ik weet heus wel dat de langste dag nog moet komen.  En zo ontstond die haiku. Die gaat over échte vinken. Maar wat ieder bij vrije val denkt mag iedereen helemaal zelf weten.

Plaats een reactie