
Roerdomp | foto Adri de Groot
Diep verborgen roep –
alomtegenwoordige
roerdomp in het riet
Met de kleinkinderen roeiden we gisteren door het Jisperveld. De eerste dag van mei maar volop zomer, voor hen de laatste dagen van de vakantie. Het ging natuurlijk om het roeien, het samenzijn, de stilte op het water, het piepende geluid van de riemen in de dollen. Vanaf het water is de wereld zo anders, het tempo is zo anders, de tijd gaat daar zo anders – onze boot gleed door het water als dat ene wolkje door de lucht. Het was er even, talmde wat, en loste toen op.
Het roeien ging verrassend goed. De oudste kreeg door waar het draaipunt van de boot lag, en hoe ze de steven kon wenden. De jongste sprak eerst nog van ‘roeren’ waar zij ‘roeien’ bedoelde maar toen we terugvoeren trok ze naast mijn vrouw wel een halve kilometer met een volmaakt kalme slag aan haar riem.
Ik had gehoopt op grutto’s, en hun die willen wijzen, had die daar in elk geval verwacht. Als ergens dan daar, in het Wormer- en Jisperveld. De grutto’s om je hoofd horen roepen! Vanaf het water zagen we overal het geel van boterbloemen, het rood van zuring, we roken kruiden. De omstandigheden waren inderdaad optimaal voor grutto’s. Maar we hoorden er geen. En dat in dit uitgestrekte veenweidegebied.
‘Vijftig melkkoeien op zeventig hectare,’ zei de boerin toen we de boot weer hadden aangemeerd. Daar keek ik van op. De bootjesverhuur deden ze erbij, dat seizoen begon juist vandaag en de boten moesten nog gereed worden gemaakt. We hadden geluk gehad dat er al een te water lag. Misschien was die verhuur ook wel noodzaak en het boeren sappelen, bedacht ik. ‘En alleen maar ruige mest,’ ging ze verder. We hadden de grote vlet bij de boerderij gezien waarmee de mest over het water naar de weilandjes werd overgevaren, net als de koeien. Dat is inderdaad extensieve veeteelt. Er stond een foto van zo’n overtocht op de waterkaart van het gebied die we hadden meegekregen en die we de kinderen lieten zien. Kijk, zo staan die koeien dan.
Verder niks hoor, alleen ruige mest!’ voegde ze er nog ongevraagd aan toe. Ze had doorgekregen dat ik een verklaring zocht voor de afwezigheid van de grutto’s. ‘Ganzen!’ Ze herhaalde het, ‘ganzen!’ en op haar gezicht streden moedeloosheid en weerzin. Ganzen hadden we inderdaad veel gezien. En vooral gehoord. En de kinderen uitgelegd dat die rare nijlgans die ergens op een nestkast voor roofvogels zat eigenlijk helemaal geen gans maar een eend was. Die waren er ook volop.
Maar opeens, toen we een rietkraag waren ingevaren om zelf de kikkers op de wal te zien die we op het water luid hoorden kwaken, had opeens de roep van een roerdomp geklonken. Het was een roep uit een andere tijd. Die had ik voor het eerst ook in een roeiboot gehoord, met mijn eerste lief op het Waardkanaal. Hoe lang geleden al?
De kinderen namen er onbewogen kennis van. ‘O. Is dat een vogel?’ En ze wilden weer verder met het manoeuvreren van de boot. De grutto’s hadden ze helemaal niet gemist, ze hadden er geen herinnering aan. En een roerdomp is een vogel die een raar geluid maakt.
Een landschap kleur je met verwachtingen. En met herinneringen. Natuurlijk kun je die niet overdragen, het idee zeg! De kinderen zouden opgroeien, misschien met hun lief uit bootje varen gaan. Wat blijft er bij hen van deze middag in hun geheugen bewaard?
Plaats een reactie