
HIJ VULT HET LEDIGE
Ach oude man die na het avondeten in
zijn knutselschuurtje vogels mompelt.
Vogels mompelt hij
hoe ging dat ook alweer.
Intussen verft hij veren, knipt hij
snavels, snuffelt tussen poten in het
potenmagazijn.
Er worden botten uitgeboord en bloeds-
omlopen doorgeblazen, spieren opgerekt
en darmkanalen ingekort, hersen-
pannetjes tot aan de rand gevuld –
de oude man vergeet de tijd.
En daar verschijnen uit zijn adem
kruimeldiefjes, dakgootzangers
boombekrassers, nachtomroepers
garnalenvangers, kloosterbroeders
blauwe krijgers, ja eigenlijk
te veel om waar te zijn. Dan richt
de klok zich op om twaalf te
slaan, het einde van de vijfde dag.
O God,
nou moesten de kanoeten nog.
Koos van Zomeren, Ik heet welkom, 2007
Plaats een reactie