
Carel Fabritius (1622-1654), Het puttertje, 1654
De Verenigde Naties bogen zich afgelopen woensdag over de slavernij. In de resolutie die ter tafel lag, werd slavernij de ergste misdaad tegen de menselijkheid genoemd. Ooit. Zo erg dat er ook herstelbetalingen moesten worden gedaan voor alle leed in het verleden. Zelfs als die misdaad al in de 17e eeuw is gepleegd? Ja. Onrecht moet erkend. Onmenselijkheid verjaart niet.
Het vergt hogere uitlegkunde om te begrijpen waarom niet alle landen applaudisserend instemden. Zo van, hè hè, dat was eens maar nooit weer, kom maar op met de beschaving!
Ik was niet bij de beraadslagingen. Dan ga je gissen. Zouden de Amerikanen tegen hebben gestemd omdat ze indertijd eerst alle indianen hebben uitgeroeid en daarna die zwartjes met de zweep de katoen hebben laten plukken? En dat ze nu nou nog niet wisten wat erger was? Waren de Israëli’s tegen omdat ze in Gaza, Libanon en Iran nog niet klaar zijn? Cynisch wordt je ervan.
Nederland onthield zich van stemmen, net als de rest van Europa. ‘Gemiste kans,’ zeggen mensen die het beter kunnen beoordelen dan ik. Tja, denk ik, ’t gaat natuurlijk centjes kosten. En dat met de huidige brandstofprijzen.
Deze resolutie ging alleen over misdaden tegen de menselijkheid. Hoe moet het nou als we eindelijk eens gaan inzien dat we ons ook misdadig tegenover dieren gedragen? En tegenover de natuur? Welk wonder zou er moeten gebeuren om dat iedereen te doen inzien?
Vanmorgen viel mij dit in. Het Mauritshuis presenteert op dit moment de tentoonstelling Birds. Nu is het mij even niet om die expositie te doen, al heb ik veel met vogels op. Ook weet ik hoe dat stadspaleis daar ooit, al in de 17e eeuw, is opgetrokken, zo naast het centrum van de Nederlandse macht. En als ik het niet weet dan vragen ze dat maar aan Simon Schama, die de expositie bedacht heeft. Die weet alles over het onbehagen dat aan rijkdom verkleefd is.
Maar mij zou het te doen zijn om dat niet eens zo heel groot schilderijtje van Carel Fabritius. De verf van het Mauritshuis was amper opgedroogd toen – ie het maakte. Het paleisje van Johan Maurits van Nassau-Siegen, door de Staat gevolmachtigd rover, slavenhandelaar ook, geurde nog helemaal naar metselspecie.
Of dit het ergste schilderij is hoe misdadig wij met vogels in verleden en heden zijn omgegaan weet ik niet. Maar het gaat mij om het wonder hè?
Ik zal toelopen op dat schilderijtje dat Fabritius ooit van dat distelvinkje maakte. Groter dan de a-4tjes waarop die resolutie te lezen viel zal het niet zijn. Maar wat is het groots.
En dan zou ik dit allereenzaamste vogeltje bevrijden van al zijn ketenen, het kettinkje losmaken van zijn onwaarschijnlijk tere pootje, het bevrijden van de verf, het heel voorzichtig loslaten en luisteren naar de snelle vleugelslag. Het weg zien vliegen naar een bosrand waar het kan verschuilen, een ruigte, liefst wat droog maar wel met water in de buurt, klaterend water, wat slordige struiken erlangs om een nestje te beginnen. En distels natuurlijk, kaardenbollen, een tak om een heel precies en onweerstaanbaar verleidelijk liedje te zingen.
Dat zou nog eens een wonder zijn.
Plaats een reactie