
Plas-dras; vogelkijkhut richting het Paard van Marken
Voor weidevogels is plasdras het mooiste wat er is. In het hele Waterland vind je dat wel – en zo vind je dan ook de weidevogels waarom het ons te doen was.
De terugkomst van de grutto hadden we al eerder gevierd, twee weken geleden op het landje van Geijsel. Het bijzondere van dat weerzien, dat weer hóren vooral, was dus al niet meer zo bijzonder. Nu waren de oren dus vooral gespitst op de tureluur. Tluu – tluu – tluu – tluu – tluu – tluu, probeer dat maar eens op te schrijven, dat lukt je nooit. En dan die melancholie nog.
Je zou dan trouwens ook de rest van het landschap in die notatie moeten zien te krijgen: het lichtende blauw van het vroege voorjaar, de windveren erin, de weerspiegeling in het water, het rimpelend water zelf, de geluiden van alle andere vogels tegelijkertijd, de verandering van geur na de winter, heel het heerlijke van zo fietsen door deze prille wereld.
Op het hobbelige paadje dat helemaal rond Marken gaat stonden we te kijken, en te luisteren. Er moeten wel vijftig grutto’s hebben gezeten, overal weerklonk hun opgewonden gejodel. En dwars daardoorheen klonk een aanhoudend tluu – tluu – tluu – tluu – tluu. Toen ik op zoek ging naar hun rode pootjes zág ik ze ook, de tureluurtjes.
Terwijl ik probeerde te achterhalen welk tureluurtje bij welk tluu – tluu – tluu ’tje hoorde merkte ik pas de schuilhut op die zich aan de rand van de plas-dras ophield, onopvallend en daarom bij nadere inspectie uiterst verdacht. Met de kijker ontwaarde ik op verschillende hoogten gecamoufleerde gaten waaruit ik telelenzen verwachtte. Maar ik zag er geen. Vandaag geen vogelaars of natuurfotografen.
Eén gat bevond zich juist boven de waterspiegel en terwijl ik mij het ongerief van de fotograaf voorstelde, viel mij de foto in die ik gisteren bij mijn haiku had gevonden op Deeldenatuur.nl. ‘Maar die foto moet precies van daaruit gemaakt zijn!’ wees ik mijn vrouw, toch wel verbouwereerd dat we zonder te zoeken precies op de plek van die foto waren beland. ‘Zo,’ zei die alleen maar, ‘betrapt?’
Over de klinkertjes verder hobbelend schampten mijn gedachten langs het bekende vraagstuk of iets bestaat als het niet opgemerkt wordt. Maar van de filosofie kun je flink van het padje geraken en ik had al moeite het klinkerpaadje te volgen. Overal op Marken zijn ze met de dijk bezig, ’t zal vast heel mooi worden als het klaar is en toekomstbestendig. Maar voorlopig moesten we het oude pad nog maar zien te vinden want dat was overal ondergestoven. Onze voorwielen gleden er steeds op weg, pas na het Paard ging het iets gemakkelijker.
Weer thuis zocht ik op waarneming.nl of de grutto’s en tureluurtjes ook door anderen waren opgemerkt. Het waren er zo veel. Hetgeen niet. Maar ze waren er, gistermiddag, en niet alleen in ons hoofd. Wij waren er in. En wij waren ook temidden van al die honderden brandganzen, waarvoor we bijna moesten bukken toen ze opeens opvlogen. Al die smienten die we bij duizenden op de Gouwzee hadden zien dobberen.
Alleen kemphanen zagen we niet, noch in het Waterland, noch op Marken. Daarvoor zijn ook heel andere redenen en oorzaken. Niet slechts de geest.
Plaats een reactie