Omhoog


Armando (1929-2018), De ladder van het kamp, Kamp Amersfoort, 1994 52° 8′ NB, 5° 22′ OL

Het moet kennelijk zo zijn dat ik toch omhoog wil, dat ik naar iets hogers streef, al kan het vaak niet en al weet ik dat het niet kan. Vorige week was er Aristoteles’ scala naturae waar Christine Webb de mens, die arrogante aap, vanaf duwde, zondag de Tornadotrap in het Feniks kunstmuseum die toch niet voor iedere bezoeker ontworpen bleek, gisteren belandde ik via de raadselachtige omwegen van een essay over ‘trappengeluk’ bij de ladder van Armando.

De foto toont de sculptuur die hij maakte voor Kamp Amersfoort, waar hij als kind getuige was van de gruwelen van het wrede spel Herrenvolk & Untermensch. De aluminiumversie hoort niet bij de sculptuur.

Niet uit gemakzucht maar uit grote achting laat ik Armando vandaag zelf aan het woord. Ik zou zo graag zijn eigen stem nog eens horen. En wensen dat zijn broze stem dan alle fascistische sympathieën van de laatste tijd in hun smoezelige goorheid zou smoren.

‘De ladder van het kamp

Lang, lang geleden, als was het de dag van gisteren, werd dit kleine land door een groot land kwaadschiks veroverd. De veroveraar werd ‘de bezetter’ genoemd, voor velen was hij van nu af aan ‘de vijand’. Hij maakte zich meester en zette naar z’n hand, want hij meende zeker te weten wat goed was: hij verkondigde een leer. En wie denkt de wijsheid in pacht te hebben, moet andere meningen tot zwijgen brengen. Mensen die afwijkende meningen hadden, laat staan zij die tot daden overgingen, werden opgesloten in oorden, waar ze gretig vernederd werden.

Er was zo’n oord in Amersfoort, beter gezegd bij Amersfoort. Het werd ‘het kamp’ genoemd. Kamp Amersfoort.

Ik was destijds toevallig in de buurt. Regelmatig zag ik de gevangenen voorbij lopen en ik zag niet alleen, ik bekeek ze ook.

Toen men mij vroeg om over een sculptuur voor het kamp na te denken, was dat voor mij een buitengewoon indringende vraag, want het kamp is nooit een dag uit m’n gedachten geweest.

Het verzoek kwam op een merkwaardig moment, want het laatste jaar hield ik me bezig met het motief van de ladder, en er is, naar mijn mening, voor deze plek geen beter motief denkbaar dan een reusachtige ladder.

Waarom een ladder.

Een ladder verbindt laag met hoog, maar waarschijnlijk ook hoog met laag. Een ladder verbindt aarde en hemel, belichaamt het reikhalzen naar datgene wat hoger is dan het menselijke. De ladder als troost, als vluchtweg. Een ladder kan hulp van boven brengen. Velen hoopten toentertijd op hulp van boven, sommigen gaf hulp van boven kracht.

Voor mij heeft de ladder van het kamp nog een andere betekenis.

Zelfs de vijand, in de gedaante van een bewaker, had een ladder nodig om op de plaats te komen waar hij thuishoorde en huishield: de wachttoren. Daar kon hij op de gevangenen neerkijken, hij hield ze vandaaruit in toom, omdat hij een wapen en de macht had. Maar hier is slechts sprake van het armzalige laddertje dat bestemd was voor de knechten van de plek, de knechten van de kerfstok.

De gevangenen hadden geen wapens, maar ze hadden een veel hogere ladder tot hun beschikking dan de vijand, al was het dan een denkbeeldige ladder. Het was de ladder van de gedachten, want de gedachten zijn vrij. Via deze ladder vertrokken de wensen en verlangens der gevangenen en er kwamen ongetwijfeld gedachten en wensen van elders terug. De ladder was er dus al. De ladder is juist in die barse jaren ontstaan. Maar hij was tot nu toe niet zichtbaar.

Ook deze ladder is geen echte ladder. Het is een kunstwerk dat aan een ladder doet denken. Het is de ladder van het kamp, de ladder van de plek. Hij is groot en hoog, en, naar ik hoop, trots en ongenaakbaar. Hij is van brons.

Armando.’

[Uit: Armando. De thema ‘s, 1993]

Plaats een reactie