
Robert Indiana met zijn sculptuur ‘LOVE’ in Central Park, New York City in 1971. | foto Jack Mitchell/Getty Images
Het begon al toen we binnen waren in Fenix, maar misschien had ik mijn stemming al voorbereid door mij in te lezen. ‘Dat wordt niks Maarten, jij moet met de lift.’ Maarten had ons in zijn op maat gemaakte bus naar het Migratiemuseum gebracht. Wij waren blij dat wij eens met hém mee konden. Hij ook. Hij glunderde zijn glunderlach. ‘Ik ben niet gehandicapt, de wéreld is het,’ zegt hij vaak. En zo is het. Het begon dus al met die Tornadotrap waarmee de hemeltje schatrijke familie Van der Vorm de ganse Rotterdamse bevolking en al haar bezoekers tot ver boven de toch al bovengemiddelde havenstad wilde verheffen. Daar kon je dus met een rolstoel niet op.
Dat het in die lui van Feniks nou niet eens is opgekomen dat ook rolstoelers wel eens cultuur willen snuiven. Cultuur zijn, bedacht ik, terwijl mijn grimmigheid alleen maar toenam naarmate ik in de tentoonstelling vorderde. De bordjes Migratie, Identiteit, Geluk, Grens, Vlucht en Thuis waren bedoeld als thematische richtingaanwijzers maar ik voelde mij steeds verlatener in die gigantische loods. Geen houvast meer. Geen kompas. Dat heette bij te dragen aan de gevoelens van verlorenheid die migranten ervoeren. ’t Mocht wat, dacht ik bij het wrakke bootje dat ze van Lampedusa naar het museum hadden verscheept. En hun verhaal dan? Hun Afrikaanse identiteit? Hun ongeluk en ’t geluk dat zij hadden gezocht? De grenzen van Fort Europa? Hun thuis dat voor ontelbaren de bodem van de Middellandse Zee was geworden? Die verhalen mocht ik zelf bedenken. ’t Hele museum begon in mijn beleving steeds meer te lijken op een vlucht dat verhaal te vertellen.
Als je de politiek moet geloven is migratie het allerbelangrijkste onderwerp van deze tijd. Maar zelfs bezoekers die daarvoor een staalplaten oplossing zo hard als hun kop hebben, zullen door de tentoonstelling niet op een andere partij gaan stemmen dan die knetterrechtse die de AZC’s als geldoveronzebalkgooierij zien. Dit bedacht ik niet zelf maar zoiets had ik ergens gelezen bij een bekende schrijver die ook in Fenix had rondgedwaald. Het viel mij in toen ik voor een metershoge afbeelding stond van dat beroemde ontwerp van die letters LOVE. Waarom werd dat hier geëxposeerd? Ik moest opzoeken wie de maker ook al weer was, Robert Indiana, ook een ontheemde, terwijl zijn creatie toch heel bekend is. Van Lampedusa tot New York, van Syrië, Oekraïne en Gaza tot Amsterdam, London en Parijs. En Hardenberg.
Toen we aan het eind van de middag weer terug in Amsterdam waren en wij aan tafel onze belevenissen uitwisselden, nápraatten, óók in een loods en óók aan het water, en ik van Maarten moest uitleggen waarom dat van die trap mij zo had geërgerd, en nog wel meer, de verdorvenheid van het grootkapitaal, de bedenkelijkheid van de herkomst van al het geld waarmee Fenix toch bekostigd had moeten worden, de betekenis van het woord LOVE in die expositie, Megalomanie en Kunst, en dat we er allemaal nog steeds niks van geleerd hadden, dat de feniks wel uit de as herrezen was maar tegen welke liefdeloze prijs, ja, de hele wereldpolitiek fileerde ik met blikkerend bestek aan flarden, toen wenkte hij op z’n allervriendelijkst de serveerster bij zich of deze misschien zijn meegebrachte, op precies zijn maat toegesneden bestek in de keuken zou willen afwassen. Die wilde hij niet vies in de bak van zijn rolstoel. ‘Maak je niet druk, ouwe reus. Op het vlak van de liefde kan iedereen nog wel wat leren’.
En het bestek kwam terug. Blinkend en schoon.
Vandaag ga ik maar eens aan mijn handicap werken.
Plaats een reactie