Herinneren


Twee raku-kommen, met hun houten bewaardozen

Nadat hij voor-vorige week is overleden kon je geen krant of tijdschrift openslaan zonder op een necrologie van Cees Nooteboom [1933-2026] te stuiten. Bijna alle necrologen citeren dit zinnetje: ‘Herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil’. O ja, en ook nog dat hij eigenlijk de Nobelprijs voor de literatuur had moeten krijgen. Dat ze dat tenminste in het buitenland al lang vonden.

Dat zinnetje herkende ik meteen, allicht want ik heb er voor doorgeleerd. Maar vermoedelijk vooral omdat ik zelf een hond had toen ik het voor het eerst las. Leofwin heette die, een Labrador die nooit moe werd maar die op de gekste plekken neer kon ploffen, z’n kop op z’n poten leggen en dan doen alsof het spelen wel gedaan was, ondertussen mij overal met zijn hondenogen volgend: ga je nou nog mee? Nooteboom bedoelde heel iets anders over de werking van het geheugen te vertellen, dat begreep ik toen ook wel. Met het zinnetje is niks mis, het allittereert lekker en de assonantie is ook in orde. Zoiets beklijft gemakkelijk. Maar het mooiste aan de metafoor is dat – ie zo plastisch is. Hij geurt naar hondenvacht.

Nou is het merkwaardige dat als je mij er veertien dagen geleden naar gevraagd zou hebben ik Bernlef als de maker van die regel genoemd zou hebben. Met grote stelligheid, en iedereen zou het geloven. Misschien komt mijn verwarring weer doordat ik Rituelen en Hersenschimmen ongeveer tezelfdertijd gelezen zal hebben. Dat weet ik niet zeker, ik bedenk dat nu omdat die boeken ongeveer in dezelfde tijd uitkwamen. Mijn geheugen bedriegt mij vaker. Vergeetboek. Ik reconstrueer die tijd nu in mijn hoofd, beginjaren ’80: waar ik was, wat ik deed, met wie. Leofwin ploft naast mij neer. Ik zie zijn ogen, ruik zijn rulle vacht. Ik kan ‘m bijna de kop strelen.

Nu mijn onderzoekingen vanochtend tot zover gevorderd waren dacht ik: waar ging Rituelen ook al weer over? Er was iets met een kostbare theekom, iets met een Japanse theeceremonie, wat niet helemaal goed afliep. Maar waarom ook weer? En ik herinnerde mij de opkomende wrevel destijds toen ik dit bij Nooteboom las. Wist die Nooteboom daar nu ook al van alles van? Of was het alleen maar  opgepoetste buitenkant? Ik was mij toentertijd danig gaan interesseren voor het zenboeddhisme.

Ik laat het nu maar even voor wat het is, ik verdwaal toch al. We zijn een half mensenleven verder, Nooteboom zou nog heel veel boeken schrijven, mooie ook wel, al kan ik mij van geen enkele goed de plot voor de geest halen, en ja, ik genoot van zijn fijnzinnige observaties tijdens zijn reizen, de plekken waar hij kwam, en ik zou nog heel veel andere boeken gaan lezen, en ook reizen, en ik zou nog heel veel moeten leren, heel veel kommen stuk slaan ook, figuurlijk dan, en heel veel mensen zouden niet ophouden te zeggen dat Nooteboom de Nobelprijs voor de literatuur verdiende. Wat herinner ik mij nog van de boeken van Nooteboom over laten we zeggen zesenveertig jaar, aangenomen dat ik er dan nog ben?

Het is maar goed niet alles te onthouden. Om in die andere beeldspraak te blijven, dan zou je kommetje maar overstromen. Alleen leeg kunnen er weer nieuwe dingen bij. Maar waarvan men hield blijft altijd stil herinnerd. Daar zijn geen prijzen voor.

Leofwin

Plaats een reactie