Beschaving


Bij de avontuurlijke reis door 4000 jaar Westerse geschiedenis die ik afgelopen week maakte met Josephine Quinn als reisleidster dacht ik vaak: ‘hé, daar ben ik al eens geweest!’ En dan was ’t ook zo. Ik voelde weer de ochtendkoelte langs mijn gezicht strijken toen wij in Knossos waren, heel vroeg was dat omdat heel vroeg zo rustig is, de hitte van Agrigento waar we schaduw moesten zoeken achter de zuilen die daar nog steeds staan, de versere herinnering aan Pompeï waar we het afgelopen najaar nog de hele dag rondsjouwden, die ogenschijnlijke zachtheid van het plaveisel, dat toch keihard is als je vallen moet. Een boek als dit is de geest op vakantie.

Wat hebben wij toch uitzonderlijk veel geluk gehad dat wij daar allemaal geweest zijn, zei ik mijn vrouw. ‘Krijg ik nou nog een echte recensie?’ Ze vind het nogal gemakzuchtig dat ik me er met een gedichtje van af dacht lijken te maken. ‘Je schrijft er nog net onder van wie je ’t hebt gejat. Maar jatten blijft het.’ Misschien ook verwachtte ze van mij een gedegener bespreking van ’t boek waarin ik nu al een week in ronddwaalde, compleet met verwijzingen naar al die andere lijvige werken over de geschiedenis en de beschaving die zich op mijn schrijftafel hadden opgestapeld. Torens werden het. En dat waren ook geen goedkope boeken. ‘Heb je niks lolligs te zeggen over die ouwe Grieken waar je anders altijd de mond zo vol van hebt? Pfff, de wieg van de beschaving . . . Een beschaafd bed zul je bedoelen want ik besterf het iedere ochtend van de rugpijn.’

Ik bedacht dat ik het wel had willen hebben over dat verhaal over Gandhi dat mij bij het lezen telkens te binnen was geschoten, op het hinderlijke af want Quinn heeft het helemaal niet over Gandhi of Britania rules the waves. ‘That would be a good idea,’ zou die geantwoord hebben toen hem in de voorbereidingsfase van de Indiase staat gevraagd werd wat hij van de Britse Beschaving vond. Maar toen ik het nazocht bleek het een gefantaseerd verhaal. En ze hebben daar trouwens nou wel iets anders aan hun hoofd. In India ook overigens. En al die andere staten, die van Amerika, en Rusland, en China, en Israël. Waar niet?  

Ik praat geen wijsgeren na, zei ik toen maar, die leest iedereen maar lekker zelf. Of niet. En Quinn beweert niks wat anderen niet ook al hebben opgemerkt. Jij en ik hebben gewoon ontzettend mazzel gehad dat ons wiegje hier toevallig stond, in Wolvega en in Wieringerwerf. Bofkonten, dat zijn we, en op Wolvega en Wieringerwerf ga ik mij nóch beroemen, nóch over beklagen of verontschuldigen.

Beschaving moet ieder kind opnieuw uitvinden: hoe ga je met elkaar om? Meer is het eigenlijk niet. En dat dan iedere ochtend. Vandaar dat gedichtje, dat was er al en het is veel beter dan ik het kon zeggen. Leg me nou maar eens uit wie er niet jat.

Iedere ochtend?’ vroeg mijn vrouw toen. ‘Dus we gaan vandaag achter een nieuw bed aan?’

Plaats een reactie