
Zeearend | foto Milena Huender
In haar boek over de zeearend (De zeearend. Atlas/Contact, Amsterdam 2021) beschrijft de biologe en wetenschapsjournaliste Nienke Beintema het verhaal welke beproevingen de natuurfotograaf Scott Nielsen in de jaren ’80 van de vorige eeuw moest doorstaan om een heel seizoen lang een nestelend paartje bald eagles te kunnen fotograferen. Op dertig meter hoogte in een zwiepende boomhut in een sneeuwstorm verzeild raken is natuurlijk geen pretje. Maar het leverde een fraai boek op (A Season with Eagles, 1991).
Ik heb het boek nog nooit gezien. Tweedehands is het nog wel te verkrijgen bij Amazon, maar ik heb lust Amazon te boycotten. Ook ga ik niet naar het grensgebied van Minnesota en Wisconsin waar Nielsen die foto’s maakte. Amerika is geen vakantieland meer: daar gebeuren tegenwoordig de wildste dingen.
Beintema is nog wel op zoek gegaan naar Nielsen maar dat was tevergeefs. Het verhaal over die boomhut vertelt ze eigenlijk vooral om duidelijk te maken hoe sterk zij de zeearend met ‘de echte wildernis’ in verband bracht. Na een jarenlang verblijf in Canada – waar ook haar fascinatie voor die imposante predator ontstond – komt zij in Nederland tot de ontdekking dat je om die zeearend zelf van dichtbij te zien gewoon naar de Oostvaarderplassen kunt gaan. Of naar de Biesbosch. Het Lauwersmeer. Bingo binnen een halfuurtje. Vanuit een fluisterbootje.
De zeearend doet het dermate goed dat de legprestaties van die grootste roofvogel van Europa vorige week zelfs het Journaal haalden: het 100ste ei wordt dit jaar in Flevoland verwacht! Tjongejonge! Honderd broedgevallen in Nederland!
Gelukkig geeft Beintema wel context. Heel veel zelfs. Dat levert een boeiende en complete monografie op. Een boek ook met kritische kanttekeningen, want hoe blij kun je zijn met het ogenschijnlijke succes van de zeearend als dat het gevolg is van nogal veel toevallige factoren?
Die Oostvaardersplassen zijn ontegenzeggelijk prachtig. Maar wel volkomen toevallig ontstaan omdat die strook drooggemalen IJsselmeer nou eenmaal niet zo geschikt was voor de landbouw. Noch voor een industrie. Bestuurderen wisten niet wat ermee te doen. De natuur zelf wel. Dat zagen die bestuurderen ook. Maar een hek eromheen en dat dan plechtig verklaren tot De Nieuwe Wildernis? Het maatschappelijk gedonder met het bijvoeren of afschieten van al die verkommerende dieren had iedereen genoeg te denken moeten geven dat dieren geen stoffering van dat rare wildernis-idee zijn. Dat is allicht geen natuurlijk landschap, geen volwaardig ecosysteem. Aan die kassa bij de toegangspoort zal de zeearend zich trouwens allerminst storen. Als er maar ganzen zijn. En vis. En een rustige boom voor een nest.
Mijn gevoelens bij de foto van de zeearend hierboven zijn gemengd: jeumig wat een mooi wezen! En dat gewoon in een weiland waar je net nog soezelend op een grasstengel lag te sabbelen! Maar ook: van zo dichtbij krijg je een zeearend natuurlijk van je never nooit niet te zien. Je hoeft jezelf wel niet een halfjaar hoog in een zwiepende boomhut vast te sjorren, maar toch. Enige afstand tot de wildernis is gewenst.
Ik kwam de foto tegen in een artikeltje bij Vogelbescherming.nl, als uitverkozen foto van de maand februari 2023. En later dezelfde foto nog een keer bij het bericht dat de Universiteit van Amsterdam studenten een summer-course Vogelen aanbiedt ( https://www.uva.nl/en/programmes/summer-courses/birds/birds.html ). Die twee zaken hebben niets met elkaar te maken. Nu hoop ik maar dat studenten die zich hiervoor intekenen de juiste verbanden leren te leggen. Het lijkt mij een geweldig verrijkende cursus. De ontmoeting met een echte zeearend ook.
Plaats een reactie