
Roodhalsgans temidden van brandganzen | foto Adri de Groot
Zou die ene gans met die rode hals het besef hebben dat – ie ver van huis is? Verdwaald? Wanderlust? In z’n eentje? En zouden die andere ganzen zijn anders zijn meteen opmerken? Of mag – ie er gewoon bij, zonder vragen? Waarom dan? Of is er geen waarom?
Ik zit al twee grijze dagen geboeid te lezen in de aanstekelijke reisverslagen van de ecoloog Herbert Prins (De wijsheid van eksters; over de rand van de wereld. Amsterdam 2024). Het vertrekpunt van al zijn reizen door heel Eurazië is weinig verrassend: thuis. Maar wat is ‘thuis’ eigenlijk? Hoeveel flora, fauna en landschap moet er veranderen als het niet meer als thuis aanvoelt? Die vraag gaat voorbij het trekken van biogeografische grenzen. En nog veel verder voorbij die van staatsgrenzen, al blijken die bij de roodhalsgans merkwaardigerwijs toch wel van betekenis.
De pagina’s die Prins wijdt aan de roodhalsgans hadden nooit zozeer mijn aandacht gehad als ik die vogel niet zelf wel eens had opgemerkt op Wieringen. Je herkent ‘m meteen. Hé, een gans met een rode hals. Hoe zou die nou heten? Ik zocht het even na op http://www.wierhaven.waarneming.nl van de Natuurvereniging op Wieringen en ja hoor, daar is – ie de afgelopen week weer gesignaleerd. Het blijkt een paartje. Die heb ik nu dus niet zelf gezien, ik zwerf in de geest zogezegd.
In deel II van zijn boek trekt Prins met een aantal collega’s op zoek naar die ganzen door de Koema-Manytsjlaagte. Die laagvlakte ligt ten noorden van de Kaukasus, tussen de Zwarte en de Kaspische Zee in. Dat er in de Sovjettijd groot gedacht werd herinnerde ik mij levendig bij Westerman in Ingenieurs van de ziel gelezen te hebben. De sovjets draaiden er hun hand niet voor om rivieren van loop te doen veranderen. Maar ik wou het even helemaal niet hebben over Paustovski. Of over de 30.000 dwangarbeidkampen van de Goelagarchipel waarvan de bewoners dat grote denken allemaal ten uitvoer moesten brengen.
De roodhalsgans broedt tijdens de korte zomer in de arctische toendra op het Siberische Tajmyr, waar ook rotganzen en brandganzen broeden. Prins verwachtte ze nu in het vroege voorjaar nog in die laagvlakte te zien. Maar daar waren ze niet.
Een Russische collega weet dan het volgende te vertellen. Na de ineenstorting van de USSR stortte er nog veel meer in. Zo viel de irrigatie in Zuid-Rusland weg en verdwenen tienduizenden hectares wintertarwegebied. Het werd een wildernis. Iets anders gold voor het zuidelijker gelegen Azerbeidzjan waar ook veel tarwe verbouwd werd. Dat land had zich los gemaakt van de USSR en, niet langer onder de knoet van een centraal gezag, gingen boeren zich toeleggen op de wijnbouw. Enfin, einde wintervoedselgebieden voor de ganzen. Waar moesten ze in het najaar nou heen?
In 2007 werd Bulgarije lid van EU. Dat bleek vanwege de landbouwsubsidies goed voor de Bulgaarse boeren en voor de ontwikkeling van de akkerbouw. Dáárheen dus. Zo ver is dat tenslotte niet voor een gans. En een enkeling durft dus nog verder te vliegen. Al kan dat ook zomaar te maken hebben met de nauwe verwantschap tussen roodhalsganzen, brandganzen en rotganzen. Die verschillende ganzen delen meer dan je op het eerste oog zou zeggen.
Jeumig, denk ik dan. Wij krijgen die roodhalsgans hier te zien door wat er zich ver van huis allemaal afspeelt. Ver is ook maar betrekkelijk.
Plaats een reactie