Gezien (2)


Zilverreiger | foto Brigitte van Krimpen

Nu de sneeuw al weer weg is zie je weer hoeveel zilverreigers er wel niet in dit land zijn. Is dit goed of slecht nieuws?

Soms lijken het er wel meer te zijn dan blauwe reigers. In de jaren ’90 was dit onvoorstelbaar. Maar er is wel meer onvoorstelbaar in deze wereld. Als je  beter kijkt, had je het misschien eerder kunnen zien aankomen.

Sovon veronderstelt dat twee factoren vooral van belang zijn voor het ‘succes’ van deze reigersoort: de klimaatverandering en het moerasbeheer, in het bijzonder in de Oostvaardersplassen. Voor de eerste zijn we wel verantwoordelijk maar we kunnen er weinig concreets aan doen om de schade te beperken, althans niet op korte termijn. Hadden we in Belém maar beter ons best moeten doen. Er zullen zich wel meer soorten gaan vestigen die onze streken nu nog onaantrekkelijk vinden. Met de krokodillen zal het overigens wel niet zo’n vaart lopen.

Bij weloverwogen waterbeheer is al op heel korte termijn effect te zien. Maar ja, de een ziet liever het ene effect en de ander het andere. Aan het welzijn  van bijvoorbeeld de grutto kun je aflezen hoe eigenbelangelijkheid het ‘succes’ van die soort beïnvloedt.

Het verhaal is bekend. Het was de hoedjesmode aan het einde van de 19e eeuw die enkele invloedrijkere dames de wenkbrauwen deed fronsen: moesten die veren van de zilverreiger daar nu echt op? Hoeveel reigers waren er wel niet nodig voor één hoed? Die geschiedenis is boeiend genoeg. Samengevat:  er kwam gelukkig wetgeving. Voor gekke hoedjes moet je de derde dinsdag van september in Den Haag zijn en bij mijn weten worden daar geen vogels voor geslacht, althans de laatste decennia niet. Toch kan ik mij maar moeilijk aan de indruk onttrekken dat men zich er daar meer om bekommert of het hoedje wel goed zit dan om wat er door onze landerijen en moerassen rondstapt of -sluipt.

Plaats een reactie