
Beeld: Nelly Fredriksz
Het woord van het jaar is: hallucineren. Zegt Van Dale. Nou ja, zegt de redactie van Van Dale. Nou ja, toont een filmpje dat in opdracht van de redactie door AI gemaakt is. ‘Deze beelden en audio zijn gegenereerd met AI,’ staat er onder in beeld. ‘Het woord dat 2025 weerspiegelt,’ zegt de voice-over. Die stem boezemt het vertrouwen in van een journalist die weet waarover hij het heeft, laten we zeggen Bram Vermeulen. In beeld verschijnt ook de online woorduitleg van Van Dale op een schermpje: (gezegd van taalmodellen: “informatie verstrekken die niet op (betrouwbare) data gebaseerd is en die daarom onnauwkeurig of volstrekt onjuist is.”). Dit alles bij elkaar roept een paradox op die al een tijdje bekend is: AI-beweringen hallucineren altijd.
Over AI wordt veel beweerd. De mogelijke zegenrijkheid van deze technologie zal ik niet betwisten maar over het vraagstuk of AI de menselijke geest voorbij zal streven overvalt mij deze vrees: niet AI wordt slimmer, maar AI maakt de mens dommer.
Ik dacht niet ogenblikkelijk aan Epimenides. Ik dacht meteen aan Donald J. Trump: ‘I am the greatest president ever.’ Het gaat er niet om of je dit soort uitspraken uit het fonkelende spiegelpaleis formeel logisch kunt ontrafelen en de spreker kunt ontmaskeren als een malloot. Maar je moet er wel iets mee.
Terug naar mijn wereld. Het boek over de ijsvogel heb ik jammer genoeg uit en voorlopig zal ik er maar over op houden. Dit wil nog wel gezegd zijn: het is mij indertijd ontgaan dat Jean-Pierre Geelen in 2015 nog ferme pleidooien heeft gehouden voor de ijsvogel bij de verkiezing van nationale vogel van Nederland. Ik had toen denkelijk heel andere dingen aan mijn hoofd en het zat mij wel goed dat het de grutto geworden is. Nu heb ik andere inzichten.
Dat Geelen in zijn pleitrede Willem van Oranje als argument naar voren schuift leunt naar mijn gevoelen te zeer op valse nationalistische sentimenten. Ook het argument dat de ijsvogel jarenlang een bankbiljet heeft gesierd, het blauwe tienguldenbiljet, vind ik nogal oneigenlijk. Een ijsvogel kost geen tien guldens. Ook geen euro’s of dollars, de waarde van die dingen is volatiel als de beurs. Geef mij maar een vliegende vogel. En verder, door de stijgende temperaturen zal de ijsvogel als soort zeker voortbestaan. Gelet op het criterium we moeten die vogel de winter door helpen komt het ook heus wel goed.
Met de grutto ligt dat anders. Die heeft niet meteen last van het klimaat maar wel van een minister die de boeren maar naar willekeur aan laat rotzooien met het waterpeil. En met nog veel meer. Dáárdoor verkommeren de gruttokuikens en dáárdoor wordt de grutto als soort wel bedreigd. Het Aanvalsplan Grutto was vanaf de start kansloos.
Nog weer een andere vraag is of dat erg is. Natuurlijk is dat erg maar eerlijk is eerlijk, het succes van de grutto vanaf de jaren ’70 was vooral te danken aan een landbouwbeleid dat toen toevallig ingezet werd.
Ik kom er niet uit. Zouden ze daar op Landgoed De Zwaluwenberg (!) bij het haardvuur ook het spelletje gedaan hebben wat hun bijzonderste vogel is? En zouden zij er ook niet uit gekomen zijn? En toen maar besloten hebben dat alle vogels bijzonder zijn? Of zit ik nu te hallucineren?
Plaats een reactie