
Bankivahoen, de kip vóór ‘domesticatie’ | Beeld Wikimedia Commons
Toen Covid-19 over de wereld raasde begonnen we de kwetsbaarheid van de mens te begrijpen. De mechanismen die toen in werking traden zijn de moeite van het bestuderen waard. Er moest een bedoeling achter zitten (de straf van een almachtige voor ons zondig gedrag of was China gewetenloos op wereldmacht uit?), er moest een nog onbekende oorzaak worden vastgesteld (van het eten van vleermuizen en gordeldieren word je ziek), we hebben de kennis niet (wetenschappers moeten het land maar besturen want anders sterven we uit!), ieder mens is potentieel gevaarlijk maar o! wat hebben we behoefte aan nabijheid, we hielden zo van kinderen en we vonden het zo belangrijk dat ze goed onderwijs kregen maar o! wat waren we blij dat die ettertjes reglementair in tochtige schoolgebouwen werden opgehokt, konden we wel zonder theater en cultuur? was het trouwens wel zo heel erg erg als het dode hout eens werd gesnoeid? Voor wie overbevolking het grote probleem van deze planeet is leek het een uitgelezen moment dit eindelijk eens naar ouwerwets malthusiaanse inzichten op te lossen, het gaat nu om het idee hè? Als je een keer door hebt hoe het werkt snap je niet waarom anderen dat niet doen.
Er raast nu vogelgriep door de wereld. Nee, niet alleen door de stallen van de pluimveehouders in de Gelderse Vallei maar ook door de hele ‘vrije natuur’. Het aantal kraanvogels in Europa is al bijna gehalveerd. Ik noem maar wat. Ik houd erg van kraanvogels.
Om voor wat voor iedereen voor de hand lijkt te liggen kijken we daar niet zo naar als naar het Covidvirus. Maar ons taalgebruik verraadt ongemak: we spreken van ‘ruimen’ terwijl ‘vermoorden’ duidelijker is. Van de executie mogen geen beelden vertoond worden. Witte pakken suggereren klinische ernst. Er is slechts sprake van aantallen. Dat loopt inmiddels in de honderdduizenden. In het nieuws komt uitsluitend ‘de geleden schade’ en wie die moet dragen.
Ik heb nog geen enkele keer een kip bij naam horen noemen. Of een pluimveehouder de bijzondere eigenschappen van de kip liefkozend of bewonderend horen roemen. Bijvoorbeeld dat één kip makkelijk honderd andere kippen individueel herkent. Dat ze ingewikkelde omgangsvormen hebben. Dat kippen zo’n veertig aparte geluidjes maken. Dat kippen wel tien jaar oud kunnen worden en zich van die tien jaar van alles en nog wat herinneren. Dat . . We weten meer niet dan wel.
De kip is een ding, een nummer, een economische eenheid, een volume, een gewicht. De kip is een kostenpost als je er niet uitperst wat je er aan voer hebt ingestopt.
Wat mij betreft zetten we nu net als bij Covid de wereld even stil. Geen vliegverkeer. Thuiswerken. Nog beter, even helemaal niet werken maar de situatie op je in laten werken. Mondkapjes hoeft niet maar graag wel anderhalve meter afstand. Niet zoenen.
Plaats een reactie