Monsters


‘We leven in een tijd van monsters’. Ik zal maar niet zeggen van wie ik dat nou weer heb. Straks word ik nog verdacht van een of ander wereldbeeld. Ik ga ook niet het uiterlijk van die monsters beschrijven. Straks denkt een of andere machtswellustige zich nog in dat portret te herkennen. Ben je mooi klaar mee, de gramschap van Xi Jiping. Of die van Poetin. Of van Trump. Die weten tegenwoordig wel van wanten. En als ik aan sommige griezels in Den Haag of zo denk krijg ik jeuk. Nou vooruit, één tipje dan: al die engerds hebben lange tenen.

Van monsters durf ik verder nog wel kwijt dat ze altijd ónder het bed zitten, nooit erin. Ze verbergen zich ook altijd áchter de bomen van het bos. En ze laten zich ook niet weerspiegelen dus bij het scheren of achter de kaptafel valt het ’s ochtends altijd reuze mee.

Toen ik gisteren nadacht over de teleurstellende uitkomst van de klimaattop in Brazilië en ik al die onderhandelaren voor mijn geestesoog de revue zag passeren leken het mij alleen maar aardige en betrokken mensen. Allemaal natuurliefhebbers, dat zag je zo. Hoe kon het toch zijn dat zij er niet uitkwamen? Zelfs onze eigen klimaatminister zag er verstandig en benaderbaar uit.  En trouwens, Nederland is feitelijk amper groter dan Madurodam, vergelijk daar het Amazonewoud eens mee, wat voor kwaads of dwarsliggerigs kunnen ‘wij’ nou in de zin hebben?

Op dit punt aangekomen moet ik nu iets kwijt wat ik toch wel gênant vind. Terwijl ik zo over de oorzaken aan het peinzen was waarom we de CO2-uitstoot op deze planeet maar niet onder controle krijgen, overviel mij de lust hierbij buiten even van een sigaret te gaan genieten. Roken en denken gaan altijd goed samen. Het was evenwel bitterkoud. Ook sloeg de regen op ’t balkon naar binnen. ’t Kan ook al sneeuw of ijzel geweest zijn. Mijn innerlijke ongerustheid over de opwarming van de aarde verdween gelijk een smeltende gletsjer. ’t Mocht best wat warmer zijn, vond ik, terwijl ik een winterse kou inhaleerde. Waarom moest ik trouwens buiten roken?  Ik mopperde, ik maak ’t niet mooier dan het was.

Juist toen ik mijzelf betrapte op de overweging toch maar terrasverwarming aan te leggen schoot door mij heen dat ik gestopt ben roken. Nu ja, dacht mijn schielijke brein sluw, waarom eigenlijk? In de herfst des levens aangekomen kan men wel wat comfort gebruiken, vertroosting in deze bittere tijden waarom ik toch nimmer heb gevraagd. En overigens, hoe erg was alles nu helemaal? En dan, al die anderen.

Daar ik vandaag ook nog andere dingen wil doen zal ik mijn listigheid nu maar verder niet analyseren. De psychiater kwam ook nog aan mijn innerlijke dialectiek te pas, alsook het bewust algemeen gehouden vraagstuk of we überhaupt iets aan psychiaters hebben terwijl ‘wij’ weten dat ‘wij’ ’t toch echt zelf moeten doen. Enzovoorts.

Daar betrapte ik mijzelf voor de zoveelste maal: ik was gewoon verslaafd. Was het niet aan het roken, dan was het aan het dénken over het roken. Nóg meer bepaaldelijk, aan het bedenken van allerlei uitvluchten. Om daarna tóch maar te kunnen gaan roken.

Ziezo, ’t is eruit. Mooier kan ik het niet maken. Over CO2 later maar eens. Ik ben een monster. En ik moet me nog gaan scheren. Als ik dat nog aandurf.

Eén reactie op “Monsters”

  1.  Avatar
    Anoniem

    En je rookt niet❤️

    Like

Plaats een reactie