Klein beginnen


Het Groene Hart, de Grote Ontginning

Met de twee jongste kleindochters reden we naar Oudewater. Daar zouden we hun hardwerkende vader treffen, in het stadscafé een hapje eten en daarna met kinderbedtijd weer terug zijn in Amsterdam. Niks bijzonders, wel erg leuk. Nee, geen bezoek aan de Heksenwaag, moesten we thuis spijtig vaststellen, die is dicht in het winterseizoen. Jammer! Dat van die verketterij vonden ze maar een raar verhaal, maar dat met die waag snapten ze direct. Goeie truc! En dan een ‘Certificaat van Weginghe’? Hmmm, zij zouden best wel willen kunnen blijven heksen.

Bij Breukelen sloegen we van de A2 af. Bij Kockengen zit je dan al in het Groene Hart. Geen idee waar het vandaan kwam maar nog voor we Woerden inreden verzuchtte Evi (7) ‘waarom hebben de boeren zoveel land?’ Daar vroeg ze me wat. Ik was verbouwereerd. Was ze nu al verveeld van het toch heus niet zo lange autoritje? Of verkende ze de contouren van de Agrarfrage?

De omleidingen door het industriegebied rond Woerden vroegen alles van mijn stuurmanskunst. Ik hakkelde van alles tussen het richting aangeven, voorsorteren, afslaan, terugschakelen, remmen, weer gas geven door. Met ‘dat is nu eenmaal zo’ liet zij zich niet afschepen, dat snapte ik ook wel, maar uitleggen dat ‘Kockengen’, waar we net doorheen waren gekomen, van ‘Cocagne’ komt, Luilekkerland dus, een sprookjesland, waarmee de machthebbers in de middeleeuwen, nou ja, de graven en de bisschop, de koning, ook goed, heel lang geleden dus, eenvoudige lieden, dus mensen als jij en ik, zo gek hadden gekregen de wildernis, die bestond toen nog, jeumig wat een wildernis! te ontginnen, dat is iets met trekkers, met machines, maar zij moesten dat dan met hun blote handen doen snap je, heel misschien met een paard,  als ze geluk hadden, maar dat hadden ze bijna nooit, en dán mochten ze zelf een stukje land houden, zodat er nu veel boeren zijn, nou ja, hoeveel eigenlijk? in elk geval, al dat land is nu van die boeren, viel niet mee. ‘En van wie zijn al die koeien dan?’

Zucht. Van mij.  Nu het stikstofprobleem nog.

We kwamen nog voor donker in Oudewater en dwaalden rond langs de grachtjes. Het stadscafé bleek zo ongeveer tegenover de Heksenwaag. Maar die was dus dicht. Tegen die tijd was ze haar vraag al lang vergeten. Het werd een genoeglijk etentje.

Toen we naar huis reden bleef het vraagstuk bij mij maar malen, als slecht verteerde kost. Jammer dat die Heksenwaag dicht was hè? Mwa. Ik hield maar voor me dat ik daar graag een paar verantwoordelijke bewindslieden op had gezet. En wat er bij afwezigheid van politiek gewicht dan op dat certificaat had moeten staan. Maar zo eenvoudig is het allemaal niet. En verketteren? Daar heeft ook helemaal niemand iets aan. Zelfs niet als ze sprookjes vertellen. ’t Zal mij benieuwen wanneer ze daar in Den Haag eindelijk eens achter zijn.

Plaats een reactie