
Schiermonnikoog
44 mensen hebben wel idee om baas van Schiermonnikoog te worden. Wat voor ideeën zouden dat zijn? De hele dag een beetje strandjutten? Zeehondjes tellen? De kroonluchters bij hotel Van der Werff afstoffen? Een nog snellere manier uitvinden om als eerste gemeente van Nederland de uitslagen van verkiezingen wereldkundig te kunnen maken? Wat voor mensen zijn dat? Je zult maar de ambitie hebben om burgemeester in oorlogstijd te willen worden, dacht ik, toen ik het bericht afgelopen woensdag bij de NOS las. Want zoveel is duidelijk, als het om de natuur gaat verkeert de mens voortdurend in staat van oorlog. Als het niet om de natuur gaat trouwens ook vaak.
Er is een tijd geweest dat ik een paar keer per jaar de boot naar Schier nam. Dat is vaak genoeg om te weten dat ik het eiland niet ken. Iedere keer was het anders. Natuurlijk was het iedere keer anders, het jaargetijde was anders, het weer was anders, het was eb en het werd weer vloed. Telkens waren er weer andere vogels. Alleen cartografen hielden bij hoeveel meter het eiland jaarlijks naar het Oosten opschoof. En iedere keer hoopte ik maar dat de boot niet al te vol was. En Van der Werff niet al te bekend.
Van de Kobbeduinen oostwaarts lopen, naar het Willemsduin: je kunt er echt verdwalen. Overal stuit je op slenken waardoor je het baken toch weer de rug moet toekeren en uit het oog verliest. Ná het Willemsduin houdt ook het pad op, dan moet je het helemaal zelf uitvogelen. Maar dan wordt het eiland ook steeds smaller. Bij de oostpunt komen Waddenzee en Noordzee bij elkaar. Het wantij. De geuren. De vogels. De hemel waarin.
‘Schier’ betekent niet ‘bijna’, al had dat in mijn beleving goed gekund. ‘Bijkans’ in de hemel. Dat gevoel hadden de monniken misschien ook toen het eiland (het ‘oog’) zo rond 1200 vanuit het klooster Claerkamp op de wierde van Rinsumageest als uithof in bezit genomen werd. In bezit nemen kon natuurlijk niet, al hebben verschillende dwaalgeesten in de loop der geschiedenis gemeend dat dat wel kon. Waar hemel en aarde elkaar zo dicht naderen wórd je in bezit genomen door een geest die alles te boven gaat. En daar was het die grijze monniken natuurlijk om te doen. Het eiland is trouwens ook niet grijs. Wie dat denkt kan niet kijken. En luisteren.
Afgelopen zomer werd de huidige burgemeester van Lytje Pole opgebeld door de minister die namens ons allemaal besluiten moet nemen over klimaat en groene groei. Die zéér omstreden stroomkabel moet toch dwars door de oostkant van het eiland gelegd worden, zei ze, van Doordewind naar de Eemshaven. ‘Groene groei’? ‘Ik vind het wel erg voor je maar ik doe het toch’, zei de minister meelevend. Want het kan niet anders, zegt Tennet. “Schone energie die wordt opgewekt in windparken op de Noordzee is hard nodig, en die stroom moet via kabels naar land gebracht worden”, aldus Natuurmonumenten op de website. “Maar dan wel op zo’n manier dat de natuur in het Waddengebied er het minste onder te lijden heeft.” Mijn geest kan er niet bij.
Ik heb het er maar niet eens over dat de Waddenzee op de Werelderfgoedlijst van de Unesco staat. Hier aan de Noord-Hollandse kant, op Wieringen, stuit je al overal op die ronkende borden. Dat er straks nog iets te erven valt is loze belofte. Net zo huichelachtig als het bericht deze week dat de EU de gestelde klimaatdoelen tóch gaat halen. De truc die de verantwoordelijke commissaris uit de goocheldoos tovert is zo oud als de zwendelarij van de aflaat in de middeleeuwen: Carbon Credits heten die nu, Koolstofkredieten. Hier zondigen en in Belém, dat in de kaal te kappen oerwouden van de Amazone ligt, de heilige bomenplanter uithangen.
In mijn wanhoop en ijver het onzalige vooruitgangsgeloof aan de kaak te stellen voel ik mij af en toe bijna een monnik. En als ik al aan aflaten doe betekent dat ophouden. Niet meer doen.

Oosterstrand Schiermonnikoog
Plaats een reactie