Eerst zien


Beeld: Theo Mulder, Rotganzen, Hippolytushoef

In een dagboek dat hem om heel andere redenen beroemd maakte noteert ene Gerrit de Veer over de 21ste juni 1596 als hij met scheepsgezellen over Spitsbergen banjert, het was op een vrijdag:

“By Groenland zagen wij gansen dit waren oprechte rotgansen alsser in Holland op Wiringen in grooter menichte in alle jaren comen en de ghevangen werden.”

De Veer legt verband tussen die rotganzen en Wieringen. Daar, in het hoge Noorden, broedden ze dus, want anders kan hij niet ook 60 eieren mee terugnemen naar het schip waar hij dit de volgende dag opschrijft. Rotganzen kwamen dus helemaal niet uit de eendenmossel die op een geheime plek aan bomen groeiden. Of hij zich van het belang van die ornithologische waarneming bewust was? Vermoedelijk niet.

Toen hij na een jaar ijzige ontberingen eindelijk heelhuids terug was in Amsterdam, en van zijn aantekeningen een boek maakte, zou die Waerachtighe Beschijvinghe van de overwintering op Nova Zembla vooral zijn stuurman Willem Barentsz. beroemd maken. Al moet Hendrik Tollens er in 1820 dan eerst nog een ronkend nationalistisch vers over schrijven.

Hoe leren wij de wereld kennen? Het boek van De Veer hoort in een reeks van boeken die verhalen van de expansiedrift van een jonge Republiek. Spitsbergen blijkt wel geen deel van Groenland, maar daar komen ze later nog wel achter. En over de Noordpool kon je niet naar Indië. Binnenkort kunnen wij dat wel. Ik probeer onze kennis even in perspectief te zien.

De biologie is voor De Veer bijzaak, ’t ging hem kennelijk om die eieren en het smakelijke vlees dat daar in die ijswoestijn te bekomen was, in een wereld die nog helemaal te ontdekken viel door uitermate risicovolle tochten te ondernemen.  De Veer was geletterd en realiseerde zich hoe alle kennis die hij opdeed voor diegenen die na hem kwamen van levensbelang zou kunnen zijn. Hoevelen zullen zich dit verhaal alleen maar vaag herinneren omdat ze de film Nova Zembla in 2011 hebben gezien? Daar komen geen overigens helemaal geen rotganzen in voor, al zijn er ook nog wel andere redenen waarom het niet zo’n beste film is.

In zijn monografie De rotgans (Atlas vogelreeks) gniffelt ganzenkenner Barwolt Ebbinge dat de geestelijkheid niet erg ingenomen moet zijn geweest met De Veers observatie: ‘Zij konden voortaan op vrijdag niet langer rotganzen eten alsof het vis was.’

Voor de katholieke kerk in Hippolytushoef staat een bronzen sculptuur van Theo Mulder. Op de zijkant van het hardstenen plateau waarop die ganzen in ganzenpas staat de hier voren geciteerde regel van De Veer. Of gelovigen zich van de voorschriften voor het vasten iets aantrekken is op Wieringen trouwens erg de vraag. ‘Wieringers binne niet zo kerkerig’.

En bij al deze ingevingen over de rotganzen denk ik steeds: zien we niet nog steeds wat we geloven? In plaats van te geloven wat we zien? Over de huichelachtige verhouding tussen geloof en natuur maar een andere keer. Dat vergt een ander register. Andere ganzen ook. En geen poolvos maar een andere.

Beeld: Chris Ferket, Als de vos de passie preekt, Hulst

Plaats een reactie