De koets van Thorbecke


Berline voor stadsgebruik in de eerste helft van de 19e eeuw, op het buitenverblijf Rustenburg, dat even buiten Den Haag aan de Scheveningseweg lag. Potloodtekening, ingekleurd aquarel door C.C.A. Last in 1848. Collectie Haags Gemeentearchief.

Op 3 juni jl. trok de PVV aan de handrem van het kabinet Schoof. Dat politieke vehikel had nooit de openbare weg op gemogen, zei iedereen toen al. ’t Was een krakkemikkig ding en ook op de rijkunsten van het personeel viel veel af te dingen.

Maar dat bedoelde Palfrenier Wilders allemaal niet. Hij wilde gewoon zelf rondjes rijden rond Het Torentje, zónder enige andere weggebruiker en ook nog zónder stoplichten of vangrails. Een droomreis! En dan in dat Torentje belanden. Nog mooier was misschien Paleis Noordeinde geweest, een darkride! Maar je kunt niet alles willen, moet hij in een vlaag van bewustzijnsverruiming hebben bedacht.

Na nóg wat aanrijdingen staat het kreng nu in het koetshuis. De paardjes dampen uit.

Tot zover de beeldspraak. Die verzon ik niet zelf. In een vraaggesprek in Buitenhof afgelopen zomer liet de Denker der Nederlanden, David van Reybrouck, zich naar aanleiding van allerlei Haagse incidenten ontvallen dat het ook erg onverstandig was met de koets van Thorbecke de democratische snelweg op te willen gaan. Dat vond en vind ik een prachtig en krachtig beeld. Op Prinsjesdag hoefde je niet eens moeite te doen het je voor te stellen.

Voordat je er erg in hebt krijgt de beeldspraak een heel eigen dynamiek. Het vliegwiel van de taal is in gang gezet. Dat een veelgevraagd staatsrechtelijk commentator van de ontstane situatie Voerman heet kan natuurlijk moeilijk toeval zijn. En wie begon ermee, Van Reybrouck?

Maar zoals ik mij nu in beeldspraak dreig te verslikken, zo draait de machinerie van de democratie nu krachteloos rondjes. Één voorbeeld: het is op dit moment feitelijk nog niet vastgesteld wie als grootste partij uit de verkiezing is gekomen. Toch roeptoetert voornoemde Wilders dat zijn partij, die geen democratische partij is, nog steeds de grootste kan blijken te zijn. En dat voornoemde Wilders in dat geval leidsels en zweep zal moeten krijgen in de verkenning van de samenstelling van de overige bemensing van de koets. Want dat het volk die koets weer Ridderzaalwaarts wil zien rijden. Met voornoemde Wilders op de bok.

Ik denk terug aan wat de koning op Prinsjesdag allemaal aan problemen in dit land troonredeneerde. Dat was wel niet mijn prioriteitenlijstje maar toch, aan die stikstofcrisis had nu toch wel een en ander kunnen worden gedaan. Hetgeen niet. Hetgeen nul.

En hetgeen ook niet zal gebeuren als voornoemde Wilders zijn zin krijgt doordien de regels van het Koetsenbesluit uit 1848 dat nu eenmaal mogelijk maken.

Er gaat iets gruwelijk mis in de manier waarop wij in dit land problemen oplossen. En zo blijven we in de shit.

Plaats een reactie