
Hekbeeld van Desiderius Erasmus (1466 (?) – 1536)
Aan de omzwervingen van mijn geest valt geen touw vast te knopen. Sommigen houden dit voor ‘speels’, of godbetert ‘creatief’. In zeldzame momenten van helderheid weet ik wel beter en wens ik die wispelturigheid van geest aan niemand toe, zeker niet aan landgenoten die de verantwoordelijkheid voor ons schip van staat dragen. Ofschoon mij in elk geval één persoon bekend is die zijn eigen warhoofdigheid voor genialiteit houdt terwijl hij toch een groot rijk moet bestieren. Kijk, daar dwaal ik al weer af.
Terzake. Op de ramsjtafel hier in Noord kwam ik een boek tegen over Erasmus. Om vierentachtig redenen die ik niet zal opsommen kocht ik het. Ik las het, op het balkon gezeten in een heerlijk nazomerzonnetje, in één ruk uit. Over dat boek verder geen woord – aan het recenseren van boeken, of van die dingen, begin ik niet – maar het bracht mij wel op de 85ste reden waarom ik het gekocht had. Die kende ook ik nog niet. De schrijfster begint namelijk met een stadswandeling door Bazel waar Erasmus lange tijd woonde. Nu zijn wij wel eens in Bazel naar sporen van Erasmus wezen zoeken maar een vvv-georkestreerde stadswandeling was dat niet, we dwaalden maar wat op ons eigen drijfhoutje. Als we volgende week dan toch in Bazel zijn zouden we die kunnen maken, opperde ik aan mijn vrouw, die onze reis naar Toscane voorbereidt. Zoiets als begeleid wonen maar dan voor culturele toeristen. We moeten er nodig uit, de zwalkende dwaalwegen van de politiek volgen is niet bevorderlijk voor de rust van de geest.
Haar antwoord niet afwachtend was ik de kast al in gedoken om mijn exemplaar van de Lof der Zotheid weer eens even te raadplegen. Weten die politieke lui in Den Haag wel dat alle satire bij dat boekje begint? En dat Erasmus hen 500 jaar geleden al de lachspiegel voorhield? Maar toen mij het niet ondenkbare inviel dat sommigen ‘Erasmus’ slechts kennen als een idioot en geldverslindend Europees project, of anders als de antieke naamgever van een brug, of een ziekenhuis, of een universiteit, bakens in de metropool Rotterdam, ontzonk mij de moed. Nee, ik moet eerlijk zijn: Erasmus’ spot over de leraren van zijn tijd raakte mij wel een beetje. Wat een pedanterie! Wat een ijdeltuiterij! En nee, ik moet nu echt eens ophouden anderen de les te lezen. En scheepsrecht nee, heb ik zelf wel een kompas?
Voornoemd boekje eindigt met een beschrijving van de lotgevallen van een houten beeldje dat al in de 16e eeuw van Erasmus is gemaakt. Ter ere van de intrede van Filips II maar als ik daarover begin raak ik weer helemaal uit koers. Die zwerftocht evenaart in zotheid mijn dwalende geest. Het diende later als hekbeeld, boegbeelden zag je toen niet zo en Erasmus zelf zou zich bij dat idee uit zijn graf hebben losgewoeld, van het schip dat Erasmus was gedoopt maar later de naam Liefde kreeg.. Enfin, het verhaal is een roman waard, al gaan feiten soms fictie te boven. Het beeldje eindigde in elk geval in de tuin van een boeddhistische tempel in Japan, waar men het aanzag voor een symbool van de Japanse scheepvaart. Of voor een godheid, wat voor sommigen hetzelfde is.
Voornoemd boek toont een afbeelding van het beeldje. Ik had het al eens gezien in een proefschrift over Erasmus maar toen had ik er kennelijk over heen gekeken. De hele proloog van dát boek (Sandra Langereis, Erasmus Dwarsdenker; Een biografie, 2021) vond ik trouwens nogal raar. Wie begint er nou een wetenschappelijke dissertatie met een beschrijving van de innerlijke wereld van een hekbeeld? Nu keek ik het beeldje, ’t is iets meer dan een meter hoog, eens wat langer in de ogen.
Ik zal het nu maar kort maken. Het deed mij precies denken aan een beeld van de grondlegger van de haiku, Matsuo Bashō. Dit ga ik niet uitleggen, ik wijs slechts op hoofddeksel en boek.

Matsuo Bashō (1644 – 1694)
Is dit niet een vingerwijzing dat ik mij beter houd aan het schrijven van drieregelige versjes dan zit te bazelen over het landsbelang en de culturele, historische en sociale verantwoordelijkheden die dit met zich meebrengt?
Plaats een reactie