Heilige schijt


Nederland heeft de grootste koedichtheid van de hele wereld. Nederland heeft een geweldige stikstofcrisis. Dat komt vooral door al die koeien per hectare Engels raaigras. De oplossing is bijna beledigend in zijn eenvoud: minder koeien. Waarom lossen wij het dan niet op?

Kom mij nou niet aan met dat het een ongelofelijk complex vraagstuk is. Dat doen politici wier enige bestaansrecht is dat zij op lepe wijze de particuliere belangetjes van specifieke kiezers uitventen. Dat doen zij ieder vanuit hun eigen marktkraampje waar zij de concurrent proberen te overstemmen. Die kakofonie: dát is pas complex. Hoe kunnen mensen zo door elkaar praten, roepen, tekeergaan, blèren, kijven, janken, krijsen en schreeuwen en dan ook nog beweren dat ze de ander écht wel horen?

Gisterochtend was ik bezig het wasgoed op te vouwen. Dit nederige huishoudelijk werk te mogen verrichten beschouw ik als een groot voorrecht: ik hoef niet meer naar een baas. Om reinheid, rust en regelmaat te waarderen heb ik geen politiek programma nodig. In eenvoud zie je dingen scherper.

Nu had ik de tv aangezet – sinds de corona ons velde, hebben wij er een op de slaapkamer die ook als strijkkamer dienst doet –  en afgestemd op de Algemene Beschouwingen. In die Miljoenennota gaat het tenslotte ook over mijn centjes. En aan het eind van de maand wil ik niet in de linnenkast onder de sokken op zoek moeten gaan naar spaargeld om dat het ABP de verplichtingen niet meer kan nakomen. Ik weet precies wanneer het pensioen binnenkomt. Reinheid, rust en regelmaat, zei ik dit niet al? Die tv had ik beter uit gelaten.

De grootste partij in dit land van de hoogste koedichtheid ter wereld mocht als eerste. De grootste partij heeft ook de grootste schreeuwlelijk. Dat wil zeggen, hij schreeuwde en het was nogal lelijk. Het lukte mij niet inhoudelijk te volgen wat de man allemaal beweerde maar over koeien ging het niet. Hij loeide slechts zelf. Jeumig, wat loeide hij. Dit bracht het oplossen van het stikstofprobleem niet dichterbij.

Uit aardigheid begon ik de drogredenen te turven die ik opmerkte, ongeveer zoals je een voetbalwedstrijd volgt door het aantal contactmomenten met de bal bijhoudt. Deze vergelijking schiet mij te binnen omdat deze politicus voortduren op de man speelde, en niet op de bal. Met voetbal heb ik niets. Maar misschien heeft het ook met de televisie te maken.

Ik turfde: de persoonlijke aanval, een rare oorzaak-gevolgrelatie, idiote vergelijking, overhaaste generalisatie, cirkelredeneringen, ontduiken van bewijslast, vertekenen van andermans standpunt, en vooral onterecht beroep op een kenmerk en het schetsen van valse dilemma’s.

Terwijl ik zo bezig was, en intussen de stapeltjes shirtjes, ondergoed, sokken, hemden en truien steeds hoger werden,  bedacht ik dat ik dit televisiefragment zeker aan mijn leerlingen ter analyse had voorgelegd om zich op het eindexamen voor te bereiden. Maar ik hoefde immers niet meer naar school?! Op dát moment gebeurde het.

Hoe ter wereld was het mogelijk dat ik jarenlang leerlingen had bijgebracht hoe je niet mag debatteren terwijl ik daar nu binnen een half uur alleen maar zeer levendige demonstraties van zag? Nu ja, de leerlingen die ik in de klas heb gehad zaten niet in de Tweede Kamer. Maar die gekozen volksvertegenwoordigers die er wel zaten hadden toch ook schoolgegaan?

En afgezien daarvan, iedereen die op een partij als deze heeft gestemd heeft toch ook Nederlands op school gehad? En leren argumenteren?

Heilige schijt, dacht ik terwijl ik mij achterover op bed liet vallen, wat heb ik verkeerd gedaan?

Plaats een reactie