Hoedjesdag


Beeld: Anne-Marie Verlooy

( . . . en als dan iedereen eindelijk doorheeft dat het sprookje uit is, dat de voorstelling niet om Hoop ging maar om wanhoop, dat Lef alleen maar lafheid maskeerde, en dat er nu geen Trots past maar schaamte,

en als de koning dan eindelijk door heeft dat het programmaboekje dat zijn Eerste Minister hem laat declameren nog het meest lijkt op een doorzichtige reisbrochure van een Droomvlucht van een of ander Sprookjeswonderland en dat zijn uitgedunde hofhouding hem geenszins de goede uitrusting voor deze excursie had bezorgd

en als de koning dan vermoeid van alle enerverende capriolen op deze dolle derde dinsdag in september op de blanke top ener duin maar eens in de spiegel kijkt om te zien in welk pak hij zich heeft laten naaien, en ontdekken moet dat zelfs kleerscheuren er niet af konden want er zijn helemaal geen kleren

dan kan de wind misschien vat krijgen op zijn blote naaktheid. Het helmgras zal hem toewuiven, het zilte van de zee zal zijn neus binnendringen, het geroep van de meeuwen zal zijn oren vullen en zijn ogen zullen knipperen van het wit van de overtrekkende wolken. En de koning zal kunnen vaststellen dat hij niet op de keien is beland maar in het fijne zand en hij zal  inzien dat de werkelijke werkelijkheid bestaat uit zand, water en lucht, niets meer en niets minder

En misschien dat de koning dan met een kloppend hart denkt: dat gekke hoedje kan eigenlijk ook wel af . . . )

Plaats een reactie