
Het donkerder gedeelte iets links van het midden: kraaiennest
Nog voor de zon gisterochtend op was, arriveerde een dieplader langs ons huis met daarop een ‘verreiker’ van het merk Manitou. De werkzaamheden vingen aan om half acht precies. Om twee uur in de voormiddag was de klus geklaard. De drie vijfentwintig meter hoge populieren lagen gecompartimentaliseerd in delen van zo’n tweeeneenhalve meter gereed om afgevoerd te worden voor verdere verwerking. Zelfs het zaagsel had men zorgvuldig van de straat geveegd. Het was gedaan met onze populieren.
Niet iedereen van Parkflat I bleek op de hoogte van de kap, getuige de discussie die zich in de ochtend op de flatapp ontspon. Er was ‘ach’. Er was ‘wee’. Er was een medebewoner die er het schrijnende gedicht van Vasalis bijhaalde waarin zij de kap van een boom in het Vondelpark vergelijkt met de smadelijke ondergang van de Trojaanse held Hector: ‘hij viel, nog vol van zomerwind. Ik heb de kar gezien, die hem heeft weggetrokken.’ Dat vond ik wel mooi, zo’n poëtisch commentaar. Troje is wel erg lang geleden maar gelet op de militaire precisie van die hele speciale operatie waren ook bij mij gedachten opgekomen die het midden hielden tussen standrechtelijke executie, slachtofferen en volkerenmoord. Toch leek mij de vergelijking pathetisch, zélfs als je weet dat Vasalis vermoedelijk een andere, diepere pijn bedoelde te bedwingen. Dit waren maar bomen. En de veiligheid van de burgers was immers in het geding.
Over die veiligheid ging iemand uit de buurt met de uitvoerders in gesprek. ‘Kijk dan toch!’ riep ze almaar luider en haar arm wees driftig naar de stomp van de populier die als eerste geveld was. ‘Die boom is nog kerngezond!’ Ik keek ook naar waar zij wees en zag inderdaad dat er van rot van binnenuit geen enkele enkele sprake was. ‘U moet bij de gemeente zijn, mevrouw,’ zei de man die met een losse kettingzaag doende was uitstekende delen van de stam te ontdoen,‘wij voeren slechts uit.’ Misschien had die vrouw alle schrijvens van de gemeente omtrent het lot van de populieren gemist. Of had ze de mogelijkheid schriftelijk bezwaar aan te tekenen, zulks met redenen omkleed, niet opgemerkt. Of misschien wel opgemerkt maar verworpen, in de hoop wellicht dat een contact van mens tot mens meer op zou leveren. Maar nu vul ik in. Al wordt alles behoorlijk kansloos als iemand zich achter hogere instanties gaat beroepen. Of dingen begint te zeggen als als ‘Er is besloten.’
Ik worstelde de hele dag met mijn gevoelens. Met mijn gedachten ook. Als het leven mij niks geleerd had zou ik bijna zeggen zoals Jacob worstelde met de engel. Dit zou gemakkelijk verkeerd kunnen worden opgevat, als blasfemisch zelfs. Maar praat me niet over god. Wie over de heiligheid van de natuur begint wordt eerst op de ziel getrapt met risicoanalytische prietpraat en daarna bedolven met kubieke meters zeer bruikbaar hout.
Dat hout zal inderdaad wel een bestemming vinden: lucifers, meubelplaat. Klompen misschien. En in die lucifers en die klompen zal een ruis te horen zijn, héél zachtjes. Mijn vrouw vindt dat het lichter in huis is geworden, je kunt nu veel meer lucht zien. Dat merk ik ook wel. Ik ben blij voor de bovenbuurvrouw die bijna blind is.
De wind trok vanmorgen vroeg hard aan boven het grasveld zonder de populieren. Ook in de platanen verderop in het parkje kun je hem horen waaien maar zoals de populieren ruisen ruisen zij niet.
De wind zal wel blijven waaien. Van de kraaien is verder geen bericht.

Wat rest. Niet op de foto: populierenruis. De kraaien.
Plaats een reactie