
Sail Out 2025: de Franse bark Belem (1896) zet koers naar IJmuiden
In afwachting van het uitvaren van de tall ships die Sail 2025 in Amsterdam hadden bezocht hadden we een plekje langs het Noordzeekanaal gevonden. We dachten vroeg te zijn; anderen waren vroeger. Er was een druk getelefoneer: hoe laat precies zou de eerste bij Nauerna zijn? Er waren er die daar niet op wilden wachten. Wij hadden alle tijd.
Op de website van Sail zocht ik gegevens over de schepen: bouw en afmetingen, tuigage, geschiedenis, herkomst. Er was genoeg om mij lang over te verbazen. De Dar Młodzieży was nu vertrokken, hoorden we, ik zocht op hoe dat schip er uit zag. Zouden we die als eerste zien? Wat betekende die naam? En, hoe zouden die Polen dat bedoeld hebben, Gift van de jeugd?
Naast ons had zich een gezin geposteerd. Gevestigd is misschien een beter woord. De moeder maakte de kinderen duidelijk waar de grenzen van hun territorium op hielden. De oma droeg zorg voor de victualiën. Niemand kon ooit iets te kort komen. Het oudste jongetje verkende de grenzen van hun koninkrijk door met een stok in het water te roeren. Territoriale wateren. Daar werd het diffuus. Er dreven eenden, krakeenden, en verderop stonden aalscholvers in de zon hun vleugels te drogen, wel twintig. Maar de moeder had vrees voor het water en riep hem met schelle stem terug. “Noah, hier komen!”. Mijn vrouw onderdrukte mijn opkomend schateren met een por. Dat was niet om te lachen. Maar de ark van Noach zou zekerlijk niet voorbijkomen, die stond niet op mijn lijstje.
Zouden moeder en kind het verhaal kennen? En zouden zij de aanschaf van een boot, een gróte boot, in deze tijden van zeespiegelstijging en onverwachte hoosbuien geen goede investering vinden? Praktischer misschien zelfs dan die van de Poolse eigenaren van de Dar Młodzieży. Of die van de Omaanse Shabab Oman II? Ach, al die verhalen die achter die schepen zitten, hun geschiedenis en de geschiedenis waarvan zij deel uitmaakten. De Nao Santa Maria bijvoorbeeld, dacht ik. Nou ja, de replica daarvan. Dat was het verhaal van Columbus en het jaar was 1492. Wat er nadien allemaal gebeurde! Maar misschien moeten we Amerika inderdaad opnieuw ontdekken.
De Dar Młodzieży was inmiddels voorbijgekomen, de Shabab Oman II ook. Ze waren imposant, zeker. Ze gleden traag door het laagland. Met de verrekijker zag ik de matrozen bedrijvig hun schip gereedmaken voor het uitvaren bij IJmuiden. Daar mondt het IJ inderdaad in de Noordzee uit.
En hoog daarboven zeilden de wolken. Statiger nog. Soeverein. Af en toe hielden ze het zonlicht tegen. Tegenlicht. Het water glinsterde maar terwijl die schepen hun weg zochten. “Ze hebben het geruis uit de zilverfabriek van de zee gehoord”, viel mij in toen wij opbraken. Die dichtregel uit een gedicht van Herman De Coninck verbond het water, de wolken, het licht en de schepen. Al zullen water, wolken en licht er langer zijn.
Plaats een reactie