Alle zeilen bij


(Géén foto van Sail 2025)

De stad is vol drukte: Sail 2025. Bij de vorige editie kwamen daar meer dan twee miljoen mensen op af, dit jaar misschien nog wel meer want Amsterdam is ook nog jarig. Aan superlatieven geen gebrek bij de berichtgeving daarover. Daar word ik zenuwachtig van. Voor mensenmassa’s heb ik de verkeerde tuigage.

Uit aardigheid begon ik afgelopen week te inventariseren welke schrijvers zich met de zeilvaart hadden ingelaten. Het fregatschip Johanna Maria kwam het eerst voorbijzeilen, maar verder waren al die schrijvers vooral landrotten. Van Schendel ook, terwijl die er toch zo mooi over had  geschreven. Van die roman had ik vooral onthouden dat aan het eind de hoofdpersoon uit het want klettert. Dit klopte. Het was aan de Dijksgracht, om de hoek van het Scheepvaartmuseum. Maar dat had Van Schendel natuurlijk bij elkaar gefantaseerd want hij zat zelf lekker in een mediterraan zonnetje dat verhaal over de teloorgang van de zeilvaart te typen, pijp in de brand.

Slauerhoff dan? Die had tenminste wel zelf gevaren. Maar toen ik weer begon aan Het boegbeeld: de ziel stond mij de pathetiek al snel tegen. En toen ik mij liet verleiden weer eens op te zoeken wat daar allemaal over geschreven is liet ik het er maar bij. “Gebeeldhouwd voor den boeg den scheepsromp achter mij te moeten volgen”. Tja, ’t mocht wat, voor je er erg in hebt zit je gevangen in je eigen beeldspraak. Ik wilde leunen op de wind.

Met de kleinkinderen waren wij gisteren in een grote speeltuin. Omdat ik de klandizie van deze uitspanning nóch wil bevorderen nóch wil ontmoedigen, ’t was daar al allemachtig druk, houd ik het er maar op dat het ergens op de zandgronden was, in elk geval ver van zee. Zoals in veel van die gelegenheden bevond zich daar een piratenschip, vraag mij niet waarom. Zelf in het want klimmen mochten de kinderen niet. De foto geeft misschien een verkeerd beeld; wat uit de ra bungelt is een pop. Levensecht, maar toch een pop. De kinderen hadden ook geen belangstelling.

Terwijl zij druk doende waren alle andere speeltoestellen op hun bruikbaarheid uit te proberen had ik onbekommerd gelegenheid eens rond te kuieren. Dat bracht gedachten op gang. Is onze hele wereld niet één groot pretpark, zo dacht ik: deze speeltuin, Sail 2025, de Haagse politiek, het geopolitieke circus? Ik kreeg al aardigheid in het uitwerken van mijn beeldspraak (de achtbaan was een makkie, de zweefmolen ook, het verkeerspark waar al die kinderen niet onverdienstelijk rondjes reden in hun trapautootjes een inkoppertje, maar wie tuimelde nou uit de ra?) toen de oudste van de twee hinkend naar ons toe gestrompeld kwam. De stem die zij daarbij opzette, verontrustte niet alleen ons. Ze was in de Apenkooi met haar knie tegen een buis opgeknald. Het deed zeer. Het deed zéér zeer. De hele speeltuin wist nu hoezeer zeer.

Toen zijn we maar naar huis gereden, ze wilde het liefst naar haar eigen moeder. Snel thuiskomen was er niet bij, dit in verband met door ongelukken veroorzaakte files. Dit in verband met wegpiraterij. Maar dat alle wegen naar de hoofdstad vol stonden, kon natuurlijk ook komen door de overweldigende belangstelling voor Sail. Zie over al deze woelige indrukken maar eens iets zinnigs te schrijven zonder te verdwalen op de levenszee.

Beeldspraak is niks gedaan. Met onze kleindochter gaat het gelukkig wel weer goed.

Plaats een reactie