
Johannes Vermeer (1632-1675), Brieflezende vrouw, ca. 1663
Hoe meer ik over dit schilderij wil zeggen, hoe armoediger het wordt. Wanneer zag ik het voor het eerst? Geen idee, het was er altijd al. Dat kan natuurlijk niet, al maakte Vermeer het al zo’n drie eeuwen voor ik in de Wieringermeer ter wereld kwam. Die bestond nog niet in 1663, daar klotste toen de Zuiderzee. Waar was ik dan? Ongerijmd, dat is het.
Misschien komt het doordat het een interieurstuk is: het gaat over de binnenwereld en daarover is net zoveel stelligs te beweren als over de ziel. Wanneer ik erachter kwam wat er op die kaart achter die vrouw stond weet ik ook niet meer. ’t Zal in mijn studietijd geweest zijn, toen ik er ook achter kwam dat er over veel vanzelfsprekendheden allemachtig ingewikkeld wetenschappelijk geouwehoerd kon worden. Het perspectief bij Vermeer bijvoorbeeld: had hij nou wel of niet een camera obscura gebruikt? Waar kwam dat licht vandaan?
Te dien tijde stuitte ik op de geheimleer van de iconologie. Een hele winter heb ik mijn tanden in Panofsky gezet. Met goed kijken was niks mis. Dat die dame bij Van Eyck nogal fors uitgevallen is bijvoorbeeld. Maar daar dan theologische ‘conclusies’ aan verbinden?

Jan van Eyck (1390-1441), Madonna met kind in een kerk, ca. 1440
Oeps, ik doe nu de mensen die hier hun brood mee moeten verdienen geen recht. Zonder die kennis was me nooit opgevallen dat Vermeer het middeleeuwse denken voorbij is. Niet zien wat je gelooft maar geloven wat je ziet. Maar dan sla ik toch weer aan het theoretiseren.
Het zal door dat onwaarschijnlijke blauw bij Vermeer komen dat ik Van Eyck’s madonna er bij haal. Ja, ook die vrouw natuurlijk. En het licht. Bij Van Eyck is Maria’s kleedje blauw omdat je anders niet weet dat het Maria is. Die kroon is bonus – en overigens wist Van Eyck natuurlijk ook niet hoe Maria eruit had gezien. Het is een goddelijk mysterie. Daarover valt niet te corresponderen.
Bij Vermeer is het het blauw van de lapis lazuli. Ik ken geen intenser blauw, geen kostbaarder ook. Vermeer wilde gewoon iets heel erg kostbaars laten zien. Maar met haar valt wel degelijk een briefwisseling te onderhouden: zij is van vlees en bloed. Als je dat al niet snapte (is zij net uit bed gestapt? Is zij misschien zwanger? Jeumig, wat is daar geleerd over gebakkeleid!) dan is het toch vooral die landkaart die alle metafysica naar het koninkrijk der hemelen verbant, alwaar uitsluitend toegang op vertoon van theologische tickets. Die kaart laat Holland zien zoals dat in de zeventiende eeuw gestalte kreeg. Je moet boer zijn om meteen te zien welke vruchtbare landbouwgrond er met de Beemster en die andere droogmakerijen bijgemaakt was. *) Aardser kan bijna niet.

Balthasar Florisz van Berckenrode, Landkaart van Holland en West-Friesland, uitgegeven door Willem Jansz. Blaeu in 1621
En toch, en toch. Dat licht bij Vermeer is wel heel bijzonder. Maar daar iets over zeggen? Over hart en ziel valt in taal ook geen zinnig woord te zeggen, je moet het zijn. Over god valt goed te zwijgen.
Vermeer laat de kaart zien. Niet het gebied. Zoiets.
*) Voor de goede orde, de BBB bestond toen nog niet. Wat een zegen mag heten.
Plaats een reactie