
Neem es de proef op de som en bedenk wat er op deze foto gebeurt. Hmm, dat is wel lastig, niet?
Niks lastig! Een lezende jongen van een jaar of 13, 14, die op een geïmproviseerd bankje in een boek zit te turen. Z’n ogen moet hij afschermen voor de zon, anders ziet hij natuurlijk geen pest. Hij lijkt ordentelijk gekleed. Een scholier. Is dat een Adidas-logo op zijn vestje? Heeft ie zeker even geen zin in voetballen. Misschien is het pauze en heeft ie straks een overhoring en moeten er nog even snel wat rijtjes worden gememoriseerd. En die puinzooi om hem heen? Je denkt toch zeker niet dat hij dat op het voetbalveld voor elkaar krijgt?! Nee joh, die komt er wel.
Hmmm. En nou met onderschrift: “Een Palestijnse jongen in Khan Younis, maart” Dat verandert de zaak! Nee, niks Adidas-logo. Dat zijn natuurlijk van die rare Arabische letters, nou zie ik ut. Daarom is hij ook helemaal in het zwart hè? Vast Hamas of anders z’n vader wel. Aan z’n schoenen kun je zien dat ie het wel goed heeft. Normale Palestijnen hebben niet van die schoenen. Die hebben sandalen, als ze die al hebben. En wat ie leest? Hij zit daar koranverzen in z’n kop te stampen natuurlijk, dat zie je eigenlijk zo. Of te grasduinen in de handleiding Hoe maak ik een bomgordel.
Hmmm. Is de proef al duidelijk? Zonder context vul je maar wat in. Met een halve context vul je nog steeds zomaar wat in. Als het plaatje maar klopt met de vooroordelen. Vraag dit je buren, je collega’s, je vrienden en je familieleden te doen en je komt er achter met welke vooroordelen zij naar de beelden uit Gaza kijken. Of nog heilzamer, bestudeer je eigen vooroordelen.
De foto trof ik aan in De Groene Amsterdammer van de afgelopen week. Hij begeleidt het verhaal van ene Atef Abu Saif. Die ken ik net zo goed als de jongen op de foto. Van Khan Younis weet ik alleen dat het in Gaza ligt. En dat het in puin geschoten is. In het artikel Personages onder het puin vertelt Saif hoe een Israëlisch bombardement zijn zorgvuldig samengestelde bibliotheek verwoestte. “De verhalen zijn, net als de levens van meer dan vijftigduizend Gazanen, uitgewist” kopt het artikel.
De jongen op de foto kan niet Saif zijn. Ter informatie vermeldt De Groene dat hij een Palestijns schrijver, politicoloog en oud-minister van Cultuur van de Palestijnse Autoriteit is. Zijn dagboeken uit Gaza verschenen in The New York Times en later als Don’t look Left: A Diary of Genocide. Die heb ik niet gelezen. Even googelen levert nog meer gegevens maar beantwoordt niet mijn vraag of Saif zelf deze foto bij zijn verhaal heeft uitgekozen. Maar toch, herkenning? Dat verhaal vind ik trouwens hartverscheurend en dat moet iedereen zelf maar lezen.
Saif’s verhaal is een verhaal van rouw. Rouw om bevriende schrijvers van wie hij boeken in de kast had staan, gesigneerd en met opdracht, en die waren omgekomen. Rouw om zijn eigen manuscripten, de eerste verhalen die hij in een Israëlische gevangenis schreef. Rouw om de personages die hij had geschapen en die nu onder het puin lagen. Rouw om de boeken die hij van zijn vader had geërfd. Rouw omdat in één klap grote delen van zijn leven en van zijn persoonlijke ontwikkeling waren uitgewist – verbonden met zijn herinneringen en zijn emotionele banden.
Terug naar de foto. Wat red ik uit de puinhopen als hier een bom valt, van welke makelij dan ook? Bij dat verlies van boeken kan ik mij wel iets voorstellen: dat ene boek dat ik toen-en-toen daar-en-daar op de kop tikte. Dat boek dat ik van die-en-die kreeg. Dat boek dat ik terugkreeg met een aantekening, geschreven in een handschrift waar ik hartkloppingen van krijg. Mijn eigen werk. Al die onderwerpen die mij in mijn levensgang zijn gaan interesseren en waarover ik boeken verzamelde. Het duizelt mij, al zijn het maar boeken.
Ik kan mij ook nog voorstellen wat het is om mensen te verliezen die mij lief zijn. Dat gebeurt ook mij, en vaker dan mij lief is.
Maar: uitgewist? Op een lelijke en brute manier vernietigd?
Plaats een reactie