
It Heidenskip, Friesland
Toen ik mij gisteren opmaakte om naar Friesland af te reizen trompetterde de radio dat de paus was overleden. Nou ja. ’t Was geen wiegendood. Ik had in de zin wat plaatsen te bezoeken die voor Slauerhoff van betekenis waren geweest: de Voorstreek in Leeuwarden waar hij in 1898 geboren was, Jorwerd waar in de pastorie zijn eerste liefde verdween, en later ook God nog. Misschien toch naar Vlieland? Ook bepeinsde ik nog het vraagstuk waarom Slauerhoff nooit een vervolg schreef op Het leven op aarde (1934) maar wel de navrante novelle De opstand van Guadalajara (postuum, 1937). Daarin schetst hij de geschiedenis van een brekebenige glazenwasser in wie een plaatselijke priester de herrezen Verlosser meent te herkennen. Dat loopt niet goed af. Aan het eind komt die glazenwasser van het kruis af, de bevolking had hem half gekruisigd daar hij slechts een halve verlosser was. Wat zei dit over Slauerhoff? Deze tweede Paasdag leek mij een goede dag dat eens op te helderen.
Maar halverwege de Afsluitdijk werd het me duidelijk dat ik ‘iets’ met het nieuws moest. De autoradio voorspelde dat het de verdere dag, ja de hele week, over Franciscus zou gaan en eigenlijk was ik wel benieuwd wat de summus pontifex voor de natuur had gedaan. Als je met je pausennaam verwijst naar die heilige uit Assisi die voor de vogels preekte schep je tenslotte verwachtingen, zelfs voor een agnost.
Rechts lag het IJsselmeer, links achter de dijk de Waddenzee. Het één zo doods als een culturele pierlala, het ander levendig als de vogels die ik af en toe over de dijk zag waaien. Ik hoorde uit de luidspreker vrome gelovigen hun droefheid belijden over het heengaan van hun ‘heilige vader’. Dat klonk wel oprecht, het officiële ‘con profonde dolore’ wat minder.
Laat ik net als die vermaledijde dijk vooral een messcherp onderscheid maken tussen religie en godsdienst, bedacht ik. Dat is eenzelfde onderscheid als dat tussen als ‘aarde’ en ‘wereld’, tussen natuur en groenvoorziening. De natuur leeft: dat zijn de bomen die ik later op de dag overal weer in bloei zag staan, het fluitenkruid dat alle wegen weer omzoomt, de pullen van de nijlgans die ik in onvoorstelbare aantallen overal langs de slootkanten zag scharrelen, de grutto’s die ik vergeefs zocht, de ooievaars die rondstapten in de graslanden. Religie begint wat mij betreft bij de verwondering hoe dit alles kan, en wat mijn plek is in die telkens herbeginnende cyclus van leven en dood. Dat is geen idee, geen denkbeeld, dat is bewustzijn. De paus nu is de baas van al die mensen die misschien iets soortgelijks ondergaan. Daar ben ik overigens helemaal niet zeker van. De paus heeft wel ideeën hoe het allemaal zit. En dat moet je dan geloven. Vergelijkenderwijs is de paus de baas van de groenvoorziening: die legt ons ook op wat we van de natuur mogen zien. Dit bloemetje wel in mijn perk, dat niet. En nou is die dood.
Toen ik op kop van de Afsluitdijk was en de weilanden in de motregen opdoemden, verloor de radio signaal. Althans, dat signaal werd weggedrukt door een Friese piratenzender waar met schlageruithalen aan een meisje werd gevraagd of ze ook Hollands sprak. Godbetert, dacht ik, en dat in Friesland! Wat zou er door die marconist in Het leven op aarde gegaan zijn toen hij daar voor het oog en oor van die Chinese machthebbers na verontrustend gekraak en gepiep SiegHeilbrakende boodschappen uit een verscheurde wereld uit die radio opwekte? Hij moet voor hen een magiër, een tovenaar geleken hebben. En Slauerhoff zelf? Was die beducht zelf voor een profeet aangezien te worden? In de epiloog van de roman schept hij verwachtingen over een aanstaande verlichting. Schreef hij dáárom die novelle? Of wist hij het gewoon niet?
De hele dag heb ik rondgezworven. De wegen daar zijn krom: als je op een kerktoren in de verte aanstuurt, kom je geheid heel ergens anders terecht. Dit heeft iets te betekenen. Daarover nu geen bericht, behalve dat ik uiteindelijk bij It Heidenskip verzeilde. In het westen klaarde het toen wat op en ik zag vlak boven de horizon verstrooid licht van de zon die daar aan het ondergaan was. In It Heidenskip wist ik dat mijn grootvader daar land pachtte aan het begin van de vorige eeuw. Hij was uit hetzelfde jaar als Slauerhoff maar wat een ander leven! En het mijne?
Opheldering heeft mijn reis naar Friesland niet gebracht.
Plaats een reactie