Litteken


Het Gat van de Dijk | foto Siebe Swart

De foto toont nét niet waar het mij om te doen is. Als je over de weg rechtsonder de foto uitrijdt, de Noorderdijkweg in de Wieringermeer, zie je aan je linkerkant de Dijkgatsweide. Dat is een ‘plasdras’. Er zitten veel bijzondere vogels – en daar heb ik iets mee. Waarneming.nl registreerde gisteren onder andere de blauwborst, de rietgors, de lepelaar, de kemphaan, de kluut, de grutto, de watersnip, de bosruiter, de tureluur, de groenpootruiter. Kom er eens om, het lijkt wel een wonder.

Het gebied is ongeveer zo groot als een gemiddelde boerderij, 64 hectare. Er zou graan kunnen staan, aardappelen, suikerbieten; koeien hadden er kunnen grazen. In 2007 werd daar bij de aanleg van het gebied een bootkano opgegraven. Zo’n vijfduizend jaar geleden jaagden, verzamelden en visten daar al mensen. Het gevaarte is nu museaal in Het Huis van Hilde in Castricum te bewonderen. Compleet met de drainagepijpen die in de jaren ’30 dwars door het hout waren geslagen. Van die mensen ontbreekt ieder spoor.

De foto toont wél een litteken in de Wieringermeerdijk. ‘Het Gat van de Dijk’ noemden wij dat thuis. Tachtig jaar geleden, op 17 april 1945, werd hier de dijk door ‘de bezetter’ opgeblazen. Enfin, die geschiedenis is in de boeken terug te vinden. Uit mijn vroegste jeugd herinner ik mij dat het woord Onderwaterzetting vaak over de etenstafel klonk. Het was het referentiepunt in de persoonlijke geschiedenis van mijn ouders. Die hadden net een gezin gesticht en moesten met drie kleine kinderen de polder ontvluchten op een boerenkar waarop hun bezittingen waren vastgeknoopt, mijn vader stappend naast het paard. Ontreddering. Mijn ouders leven niet meer, één van die zussen werd onlangs tachtig. We hebben het er niet over gehad. Allicht niet, ze was pas elf dagen toen zij op die wagen werd gezet. Tijd heelt alle wonden?

Dit soort wielen vind je overal als je hier in Noord-Holland langs of over  dijken rijdt: de oude Zuiderzeedijk, de Westfriese Omringdijk, de Diemer Zeedijk. Op loopafstand van ons huis is de Schellingwouderbreek, ontstaan tijdens de Allerheiligenvloed in 1570. Willem van Oranje moet er van hebben gehoord.  Die is ook al een tijdje dood, net als de mensen die toen door die vloed werden verzwolgen. Maar bij al dit soort plaatsen denk ik onwillekeurig aan ‘Het Gat van de Dijk’. Littekens.

Helemaal aan het andere eind van de polder boerde Sicco Mansholt. Die legde na de oorlog de grondslag voor de huidige Europese landbouwpolitiek. Zijn bedrijf, of althans het land waar hij ooit ploegde, wordt nu opgeslokt door de datacentra van Microsoft en Google. Verdrietig kan ik daarvan worden. En woedend op die eindeloze rijen gesubsidieerde windmolens die staan te malen om die centra van stroom te voorzien. Hoezo, No Farmer No Food?

De foto toont gerationaliseerde ‘landbouw’. De patrijzen die ik in mijn jeugdjaren nog bij het Dijkgatbos het gras in zag wegvluchten zijn er al lang niet meer. Geen grutto haalt het in z’n hoofd een nest op het grasfalt te beginnen. Geen leeuwerik meer te horen.

Maar dan die Dijkgatsweide. Als ik daar kom, en dat doe ik dikwijls, wijkt mijn mismoedigheid voor een ander gevoel, iets met hoop. “Hope is the thing with feathers.” Dat dieren verdwijnen, vogels oplossen in het grote niets, uitsterven, laat geen littekens na. Maar als de natuur haar eigen gang kan gaan laat zij haar onvoorstelbare kracht zien, haar herstellend vermogen.

Niet de tijd gaat voorbij, de mensen gaan voorbij.

Plaats een reactie