Goed idee! (2)


Chimpansees in Burgers’ Zoo bekijken in maart 2013 Frans de Waals boek De Bonobo en de tien geboden. Foto: Luuk van der Lee/Hollandse Hoogte

Op de reeks foto’s van de afgelopen week ben ik niet trots: ik gebruik dierenplaatjes voor een menselijk doel. Lachen man! Animal Crackers! Misbruik is een beter woord. Grensoverschrijdingen.

Het onderschrift maakt het er niet beter op. Die bij de nadenkende chimpansee heb ik gewoon gejat. Mahatma Gandhi zou dat gezegd hebben toen hij in de jaren ’40 in Engeland was om de onafhankelijkheid van India te bepleiten. Nee, met de menselijke beschaving wil het nog niet erg vlotten. Niet in het algemeen en met die van mij in het bijzonder niet.

De foto hierboven laat het hart van het probleem zien. Apen kunnen niet lezen, dat dénken wij tenminste. Over denken een andere keer. Een boek over apen dat door apen niet gelezen kan worden: ha ha ha! Leedvermaak, wat zijn wij mensen toch slimme wezens.

In Zijn wij slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn? (2016) laat Frans de Waal zien wat er allemaal mis is met de vooringenomenheid dat mensen superieur zijn aan alle dieren. Een bekend experiment om aan te tonen dat dieren over zelfbewustzijn beschikken is de spiegeltest. Geef een dier een spiegel en kijk of het zichzelf herkent. Honden en padden doen dat niet, apen, dolfijnen en kraaien wel. De lijst is incompleet.

De olifant ‘slaagde’ aanvankelijk ook niet. Dat was raar want juist bij olifanten zou je dat veronderstellen. Hebben die niet een legendarisch geheugen? Totdat een onderzoeker op het idee kwam dat een handspiegeltje misschien toch wat klein was voor een olifantenpoot. Met een spiegel ter grootte van De Nachtwacht lukte het wel.

Kreeg die olifant toen een diploma? Het dier zou niet weten wat ermee te doen. Met een spiegel trouwens ook niet. Het punt is dat met het bedenken van experimenten, hoe integer ook opgezet, het uitgangspunt altijd het menselijk perspectief is. Dat is een top-down-visie van mensen op dieren, antropocentrisme. Spiegels, en boeken, zijn voor dieren volstrekt onbelangrijk. Zij leven in een andere wereld, ook al delen zij dezelfde aarde en hemel met ons.

In Science rapporteerden onderzoekers afgelopen week dat de piepjes, kreetjes, roepjes, brulletjes en andere vocale uitingen van bonobo’s aanzienlijk meer betekenisvolle structuur kennen dat altijd werd gedacht. Zij blijken wel degelijk een soort grammatica te gebruiken, ‘compositionaliteit’ noemen de onderzoekers dat. Voorbeeld: F betekent iets en C betekent iets anders. Die kun je combineren: F C. Maar dat betekent echt iets anders dan C  F. Hoe het zit met B en G moet nog uitgezocht worden.

In Nederland is de taalkundige Leonie Cornips al een tijdje bezig om op vergelijkbare wijze koeientaal te ontraadselen. Ook aan de liederen van walvissen wordt onderzoek gedaan. Prachtig onderzoek allemaal, zolang de conclusie tenminste maar niet neigt naar ‘maar mensentaal is beter’. Een aap is een aap, een koe nog altijd een koe en een walvis bewoont de oceaan. Als je wilt weten wat die dieren met elkaar delen moet je zelf een aap zijn, een koe of een walvis.

Bijna schreef ik ‘een koe graast in de wei’ maar voor een levend rund is dat een buitengewoon onnatuurlijke situatie. Menselijke superioriteitsgedachten en – gevoelens hebben hem daartoe veroordeeld. Wie nog nobele gedachten wil wijden aan het peil der menselijke beschaving leze overigens de krant. Menselijke taal verhoedt niet de gruwelijkheid van Gaza, van Oekraïne, van Darfur. Of de maffiose zwakzinnigheid die vanuit het White House de hele wereld op z’n kop zet. Voor wie beschaving wil zien, is het een goed idee zelf in de spiegel te kijken.

Plaats een reactie