Voetnoot


  • Het wipbruggetje aan de Poppendammergouw, achter Holysloot. Nescio zwierf hier vaak rond aan het begin van de vorige eeuw. Wij nu. Het bruggetje ontkwam de gerationaliseerde sloopwoede. Vooralsnog.

In 2017 muntte de journaliste Jantien de Boer het begrip Landschapspijn. Dat is een pamfletachtig boek waarin zij het doodgaan van het platteland nauwkeurig documenteert: de rationalisatie, de verdozing, de grasfaltering, de verwindmolenisering. Het verdwijnen van de weidevogels, de grutto, de kemphaan, de leeuwerik. Daar waren de boeren niet blij mee. Maar ja, hoor ik mijn vader nog zeggen, ‘als een boer niet klaagt telt hij zijn centen.’ Toch legt De Boer de schuld voor de schandalige kaalslag van het platteland niet eenzijdig bij de boer. Klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit hebben onnoemelijk veel oorzaken. Die zijn diep verankerd in onze manier van kijken naar de natuur. Daarom duurt de discussie daarover al zo tergend lang.

Het woord Landschapspijn had De Boer niet zelf bedacht. Het is erg aardig dat zij Theunis Piersma die eer doet toekomen. Over het onbetwistbare belang van de trekvogelecologie een andere keer.

Piersma schreef in een boek van de landschapsarchitect Peter de Ruyter (Vloeiend landschap, 2016): ‘Ik moet tandenknarsend toegeven dat mijn Friese geluksgevoel plaatsmaakte voor pijn. Normaal ga je daarmee naar dokter, maar waar kun je heen met landschapspijn?’ Piersma was toen al jarenlang bezig het trekgedrag van vogels in kaart te brengen en zat meestentijds voor de westkust van Afrika.Of in Groningen waar hij de leerstoel Trekvogelecologie bekleedt. Zijn pijn registreerde hij toen hij terugkwam naar Gaasterland en het landschap van zijn jeugd naar de kloten gejaagd zag.

Hier moet nog veel meer over gezegd maar dan kom ik al helemaal niet toe aan waar mijn gedachten mij vanmorgen heen wilden hebben: een voetnoot. Over een wipbruggetje dat al lang niet meer bestaat.

Lang was Nescio de schrijver van slechts drie novellen: De uitvreter (1911), Titaantjes (1915), Dichtertje (1918). Schrijven deed hij echter zijn hele leven. In de oorlogsjaren ordent hij zijn schetsen, aanzetjes, notities. Hij schrijft zowaar een nieuw verhaal, Insula Dei, dat als een fonkelend juweel uit de triestigheid van de bezettingsjaren vanonder de dooiende sneeuw tevoorschijn komt. In zijn ‘literaire nalatenschap’ vindt hij ook de verhaalaanzet Kortenhof (1911). Dat bedoelde hij ooit als een vervolg op De uitvreter, ‘wat Goddank nooit gelukt is.’ Het is gepubliceerd in Boven het Dal, dat drie maanden voordat Nescio in 1961 overleed nog kwam te verschijnen.

Er is daarna nog veel meer gepubliceerd, hoofdzakelijk door Lieneke Frerichs, die niet alleen promoveerde op De uitvreter (1990), en het Verzameld werk met veel zorg samenstelde (1996) maar ook een alleszins leesbare biografie over Nescio schreef (2021). Zij moet Nescio’s werk uit het hoofd kennen. Haar komt de eer toe de notities die Nescio maakte van zijn zwerftochten tussen 1946 en 1955 een plek in het Verzameld werk te geven. ‘Natuurdagboek’, noemde Frerichs die aantekeningen. Maar het ging Nescio niet zozeer om de natuur als wel om het landschap. Hij brengt maar weinig vogels, of planten, dieren, op naam. Nescio leed aan landschapspijn, lang voor dat begrip bestond en waarvan het gebruik nu boeren naar hooivorken en ander, zwaarder gereedschap doet grijpen.

In Kortenhoef staat de allerfraaiste voetnoot die ooit geschreven is, Nescio heeft ‘m later aan het verhaal toegevoegd. Bavink loopt met zijn vrienden langs de ’s Gravelandsche weg bij Kortenhoef. Ooit was daar een bruggetje bij de tol, herinnert Nescio zich in 1942: “Dit aardige wipbruggetje bestaat ook al niet meer. De weg is over het water heen geplempt. God zegene de verantwoordelijke authoriteiten. Als ’t kan een beetje hardhandig.” (Boven het Dal, 5e druk, p. 117).

Landschapspijn.

Over de effectiviteit van die aanroeping zal ik het maar niet hebben. In de omwentelingen van de grote geschiedenis is de klacht van een mensenziel een voetnoot bij een verhaal dat onaf is gebleven, in een oeuvre van krap 300 bladzijden, van een schrijver die in de marge van het literaire circus verkoos te verblijven. En daarover schrijf ik dan weer een voetnoot om het naar deze tijd te vertalen, om het te begrijpen. Er is een andere taal nodig.

Eén reactie op “Voetnoot”

  1. mortallydeerd80ab36fec Avatar
    mortallydeerd80ab36fec

    In de marge van het literaire circus, Roel. Mooi & pijnlijk

    Like

Plaats een reactie