
Kaart van Holland en Utrecht van vóór 1612
Rechtsboven op de kaart staat ‘Synd’dorp’ te lezen. Dat is Zunderdorp: hier de straat uit, even onder de A-10 door en je bent er. Boven de weilanden klinkt nu de roep van grutto’s en kieviten en daarom kom ik er zo graag.
Maar afgelopen vrijdag fietsten we de andere kant op: via Nieuwendam en Schellingwoude over de Oranjesluizen die Binnen- en Buiten-IJ scheiden, zilt en zoet, langs IJburg en Diemen, het paadje langs het Amsterdam-Rijnkanaal dat natuurlijk niet op de kaart staat en dan zo de Diemerzeedijk op, tot aan Muiderberg toe. Je fietst dan af en toe hoog over de dijk en kunt Pampus zien liggen. De Zuiderzee! kan ik dan nooit nalaten koppig te denken. En de Waddenzee erbij. Mijn hele bewuste leven cirkelt rond dat water.
Gedachtengangen uit het boek van Ghosh omzwierven nog mijn hoofd. Maar toch hoorden wij duidelijk twee keer een blauwborst keihard de lente verkondigen toen we langs het Diemerpark kwamen. Op de oude dijk lagen de schapen; lammetjes van maar een paar dagen, nog helemaal rimpelig, aangeschurkt tegen hun moeder. Ze keken alsof ze er altijd al waren geweest, de wereld nooit anders was, en niets hen kon overkomen.
Had ik niet al gezegd dat de geschiedenis om de hoek ligt? Dat historisch besef begint al bij Nieuwendam, waar in 1916 een watersnood de hele boel wegvaagde. En meer. Die Zuiderzeevloed vormde de directe aanleiding voor de aanleg van de Afsluitdijk. ‘Een volk dat leeft bouwt aan zijn toekomst.’ Dan de Oranjesluizen waarmee koning Willem III in 1870 de ganse natie de toekomst in wilde stuwen. Ach, zoveel goeie bedoelingen, zoveel kwalijke gevolgen.
Op de dijk zag ik in mijn verbeelding de VOC-schepen van Jan Pieterszoon Coen richting IJ gaan, met klapperende zeilen, de scheepsjongens in het want, modderend ter hoogte van de ondiepte van Pampus. Voor een handvol muskaatnoten kon je een huis kopen, naar men zegt. Wat zag Coen van de haven, van de stad? Hoe zou hij zich uit zijn wandaden kletsen bij de Heeren XVII? Het Centraal Station was er toen natuurlijk nog niet, misschien losten ze de kostbare lading ook wel op de rede van Texel . . .
‘Waar zit jij met je gedachten?’ riep mijn vrouw toen ik naar haar oordeel niet snel genoeg in lycra gehulde mannetjes moest ontwijken. ’t Zijn bijna altijd alleen maar mannen en van het snelheidsrecord dat doorbroken moet worden ben ik nooit op de hoogte. ‘Het probleem van deze wereld is masculien van gedaante en intrinsiek masculien naar aard,’ improviseerde ik maar, in de hoop dat zij dat zou opvatten als een allesmaskerende zelfbespotting. ‘O,’ zei mijn vrouw, ‘nog steeds Coen?’
De rampzalige ontwikkelingen die zich vanaf 1492 in deze wereld voordeden hebben niet één oorzaak. Maar we zitten maar mooi met de gevolgen van de catastrofale roofbouw op deze planeet. In een van de laatste hoofdstukken van The Curse of the Nutmeg doet Ghosh een oproep aan schrijvers, dichters, kunstenaars, filmmakers en ieder ander wiens of wier vak het is verhalen te vertellen het verhaal van de natuur zelf te vertellen. ‘As with all the most important endeavours in human history, this is a task that is at once aesthetic and political – and because of the magnitude of the crisis that besets the planet, it is now freighted with the most pressing moral urgency.’
De natuur is niet stom, maar zij spreekt in een andere taal. Haar verhaal gaat niet van er was eens, en toen, en toen, en nu . . . Maar de bergen, de rivieren, onze delta aan de Noordzee, alle dieren, de vogels in de bomen en de vissen in het water hebben wel degelijk een verhaal. Hoe dat te vertellen?
Bij het Rechthuis in Muiderberg gebruikten we de lunch. Er waren al tafels met zon, het vest kon uit. De waardin kent ons en begroette ons hartelijk, we strijken er vaak neer. Zo, zeiden we, en dan verklaren we nu de lente voor geopend.
Op de terugweg hoopten we de blauwborsten te spotten. Nee, nu echt te zíen. Of een koekoek! We weten één boom in het Diemerpark waar we die altijd het eerst in de lente horen. Maar de blauwborsten zwegen nu en de koekoek liet zich nog niet horen, nog te vroeg.
Ik doe mijn best. Ik doe heel erg mijn best.
Plaats een reactie