
Beurs van Berlage; J.P. Coen, Dispereert niet
Lopend vanaf het Centraal Station richting de Dam is het eerste wat opvalt aan de Beurs van Berlage het beeld van Jan Pieterszoon Coen. Op het schild dat hij vasthoudt is zijn lijfspreuk uitgehakt: ‘Dispereert niet’. Die Beurs is een Rijksmonument. Er schijnt dus collectief belang mee gemoeid te zijn. Maar ik schaam mij altijd de ogen uit mijn kop als ik er langs kom als ik weer eens de schoonheid van Amsterdam aan onze gasten wil laten zien. En geraak de wanhoop zeer nabij. Hebben we nou nog niet geleerd dat daar ergens de heilloze dwaalweg van het kapitalistisch en kolonialistisch denken begon? Jan Pieterszoon Coen, júist Coen als gouverneur-generaal van de VOC, belichaamt zo ongeveer het begin van die perfide mentaliteit. De achter Berlage ’s Beurs gelegen Effectenbeurs vormt niet meer dan de hedendaagse voortzetting ervan. Onze hele samenleving is ermee doordrenkt. En dat vind ik allerminst iets om trots op te zijn.
Als je wilt kun je in Amsterdam iedere dag wel aan een demonstratie deelnemen. Dan kom je geheid over het Damrak en kun je omhoog blikkend Coen zien poortwachteren op die tempel van het geld. Twaalf paar schoenen verslijt je makkelijk in een jaar als je opkomt voor de rechten van vrouwen, van lhbti-ers, voor een vrije en onafhankelijke pers, voor onafhankelijke rechtspraak, voor een vrije wetenschapsbeoefening, voor de verdrukten, de vermorzelden, de verworpenen der aarde, voor de rechten van de aarde zelf, die stemloos is maar die zieltoogt en kermt. Ik ben onvolledig, helaas, er is zoveel onrecht.
Dagelijks bereiken ons berichten uit bijvoorbeeld Washington – maar niet alleen daarvandaan – die weinig hoopvol stemmen. Zei ik twaalf paar schoenen? Maak er het dubbele van. Er zijn nog steeds machthebbers die menen boven alle wet te staan, die mensen die toevallig niet wit en man zijn als inferieur beschouwen, die macht boven recht stellen, spierballen boven stemloze weerloosheid, die er geen been in zien de kluit te belazeren, medemensen te beliegen en te bedriegen om er uitsluitend zelf beter van te worden, die de aarde alleen maar zien als een wingewest en hun ogen al op een andere planeet hebben gericht als hier alles verkloot is. Uitgewoond. Uitgezogen. Verkracht. Ontheiligd.
Wat heeft dit alles te maken met dat boek van Ghosh waarmee ik nu al dagenlang bezig ben? De ondertitel van het boek van Ghosh over de nootmuskaat, The Nutmeg’s Curse, is een nadrukkelijke uitnodiging aan de lezer om zelf met het aangereikte materiaal en de ontvouwde inzichten aan de slag te gaan: ‘Parables for a Planet in Crisis’. Het is een parabel, een metafoor. Op welke bodem vallen de zaadjes van Ghosh’ rijke gedachtegoed? Wie oren heeft, die hore, zegt een andere gelijkenis. Zal dit boek de oorlozen bereiken?
De oorloze hoort niet hoe onze kleine, kwetsbare planeet zieltoogt en kermt. Naai hem oren aan! Dit is een metafoor. Ik wou dat ik wist hoe je zoiets doet.
Plaats een reactie