
Het standbeeld van J.P. Coen in Hoorn, achterzijde
Gisteren sloop ik even rond het vraagstuk van de erkenning van een individuele schuld. Wat is het moeilijk om toe te geven een dwaalweg te hebben begaan! Met mijn vrouw is het gelukkig weer goed gekomen, de boete is betaald. Maar als het gaat om wat voor ellendigs we het Wad allemaal hebben aangedaan gaat het om een collectieve schuld en dat maakt het nogal ingewikkelder. Vul voor het Wad de hele natuur in en de dimensie van het probleem wordt duidelijk. Als iedereen verantwoordelijk is, wie spreek je daar dan op aan?
Waar te beginnen? Bij de nootmuskaat! Pel die uit de vrucht van de nootmuskaatboom en je hebt de kern te pakken: die noot lijkt namelijk verrassend veel op onze planeet. Dat dacht Amitav Ghosh die er een confronterend boek over schreef: The nutmeg’s curse (2022). Afgelopen najaar was Ghosh in Nederland om uit handen van zijne majesteit en onze koning de Erasmusprijs in ontvangst te nemen. Zo’n onderscheiding zegt misschien niet zoveel. Of misschien toch: het is een zaak van nationaal belang. Wat zeg ik? Van mondiaal belang. De ondertitel, Parables for a Planet in Crisis, is wat dat betreft helder genoeg.
Bij het verschijnen van de Nederlandse vertaling, De vloek van de nootmuskaat; Boodschap aan een planeet in crisis, verzuchtte een recensent dat het boek nogal wijdlopig is. Dat klopt niet hoor! Ik ben er al enige dagen in verdiept en inderdaad, Ghosh haalt er nogal veel bij. Om tot de kern te geraken, alles er af te pellen, moet je dat allemaal laten bezinken en rustig overdenken – ik ben dus nog wel even bezig. Vandaag een paar opmerkingen over het eerste hoofdstuk.
Ik mag hopen dat iedereen de geschiedenis van Jan Pieterszoon Coen (1587-1629) en de Banda-eilanden kent. Zeker ben ik daar niet van want nog in het zeer recente verleden beweerde de toenmalige minister-president J.P. Balkenende dat we ons vooral ‘de VOC-mentaliteit’ moesten herinneren en meer optimisme en dadendrang moesten tonen. Make Holland Great Again, zoiets. In het Amerika van vandaag kunnen we zien waar zo’n oproep toe leidt. De club van Hoop, Lef & Trots heeft nog te weinig laten zien om het politieke beleid op haar merites te beoordelen. Dat is dan weer een geluk bij een ongeluk.
Enfin, voor dat wij in Amsterdam domicilie zochten, woonden wij in Hoorn, de geboorteplaats van Coen. En als we dan bij mooi weer na schooltijd wel eens het terras van d’ Oude Waegh opzochten, dat was om de hoek, de geschiedenis is altijd om de hoek, dan keken we op de geweldige kont van deze nationale held. Dat heb ik altijd ongemakkelijk gevonden. Niet de kont maar dat van die ‘held’. Iemand die in een paar dagen tijd een paar duizend mensen over kling joeg en die in tien dagen tijd ten eigen bate een complete beschaving uitroeide vereren met een standbeeld? Voor wie die geschiedenis niet kent: lees Ghosh. Om het monopolie op de zeer lucratieve nootmuskaathandel te verkrijgen ging men over lijken. En meer. En gruwelijker.
Nederland heeft niet zo veel op met standbeelden. Met dit beeld was er al in 1893 gedonder toen het op de Rode Steen geplaatst werd. We wéten dus al heel lang dat er aan die VOC gitzwarte randen zitten die de Gouden Eeuw lelijk ontsieren. Coen was bij uitstek de vertegenwoordiger van die genadeloze roofmentaliteit en dat mensonterende kolonialisme. Onze nog altijd tamelijk moeizame relatie met Indonesië laat zien dat onrecht dat in het verleden is begaan is niet zomaar in de nevelen van de geschiedenis opgelost.
‘Dispereert niet!’ luidde Coens lijfspreuk maar dat doe ik juist wel. De huidige gemeenteraad van Hoorn tobt nog steeds besluiteloos wat met dat beeld van die genocidepleger aan te vangen. Het is een studie waard om te zien van welke vluchtroutes men zich collectief bedient om Coen maar op z’n sokkel te laten staan. Een op instigatie van een groot deel van de Hoornse bevolking haastig toegevoegd bordje met de informatie dat Coens gewelddadige optreden op die Banda-eilanden in 1621 ‘niet onomstreden’ is, vermag de schaamte niet te bedekken. Ongeïnformeerdheid, Vooringenomenheid, Onverschilligheid. Maar het meeste van deze drie de onverschilligheid.
Toegegeven, Coen zomaar van z’n sokkel trekken is ook niet zo’n goed idee. Hij representeert namelijk een mentaliteit die in zijn tijd dominant was. Nu vrees ik niet alleen toen maar ook in de huidige tijd. Hoe onthul je de ware gedaante van een roofzuchtige mentaliteit? Dat is wel even wat anders dan het betalen van een opgelopen boete.
Plaats een reactie